Nieuws
Lees voor

Absence Epilepsie (AE) heeft meer impact op cognitie kinderen

Promotieonderzoek Eric Fonseca Wald

In zijn promotie-onderzoek in Kempenhaeghe onderzocht Eric Fonseca Wald de neurocognitieve ontwikkeling bij kinderen met een Absence Epilepsie (AE) of het Panayiotopoulos syndroom (PS).  Hieruit blijkt dat het vermeende goedaardige karakter van AE geen maatstaf is voor de impact: er is wel degelijk een impact op de neurologische en neurocognitieve ontwikkeling.  

Kinderen met Absence Epilepsie en Panayiotopoulos syndroom presteren gemiddeld iets lager op verschillende cognitieve onderdelen, zoals intelligentie parameters, aandacht en visuele-motorische integratie. Hoewel aandachtsproblemen het meest uitgesproken zijn bij kinderen met Absence Epilepsie, verbeterden de aandachtsproblemen na verloop van tijd in ongeveer de helft van de kinderen met een Absence Epilepsie, los van eventuele aanvalsvrijheid.

Lees voor

Aanwijzingen voor vervolgonderzoek

Met geavanceerde MRI-technieken, kon Fonseca Wald aantonen dat het myelinegehalte  in de voorkwab lager was dan bij gezonde kinderen. Myeline is een vettige substantie die om de lange uitlopers van de hersencellen is gewikkeld, en bijdraagt aan een snelle en efficiënte prikkeloverdracht. Hoewel gedacht wordt dat dit een relatie kan hebben met de aandachtsproblemen die vaak voorkomen bij een Absence Epilepsie, kon deze relatie niet aangetoond worden. Op dit moment is nog niet duidelijk wat de precieze gevolgen zijn van een lager myelinegehalte bij kinderen met een Absence Epilepsie.

 

Lees voor

Promotie

Eric Fonseca Wald, MD promoveert vrijdag 6 maart 2020 aan Universiteit Maastricht op het proefschrift Absence Epilepsy and Panayiotopoulos Syndrome: Neurocognition and Brain Development. (co)Promotoren: Promotor: prof. dr. R.J. Vermeulen. Copromotoren: dr. M.H.J.H.A. Debeij-van Hall, dr. J.G.M. Hendriksen, dr. S. Klinkenberg.

Het promotieonderzoek werd mogelijk gemaakt door Academisch Centrum voor Epileptologie Kempenhaeghe en Maastricht UMC+.  Het onderzoek werd gesubsidieerd door Stichting Vooruit.