Sociale robotica wordt binnen het Centrum voor Epilepsiewoonzorg (CEW) van expertisecentrum Kempenhaeghe stap voor stap onderdeel van de dagelijkse zorgpraktijk. Niet als vervanging begeleiders, maar als aanvullend hulpmiddel dat bewoners ondersteunt in structuur, zelfstandigheid en voorspelbaarheid. Projectleider van deze ontwikkeling is Vera Driessen, persoonlijk begeleider en opgeleid in Zorg en Technologie.
“Het uitgangspunt is altijd de bewoner,” zegt Driessen. “De robot moet iets toevoegen aan het leven van iemand. Als dat niet zo is, dan zetten we hem niet in.”
Maatwerk in de praktijk
De inzet van sociale robotica vraagt om maatwerk. Niet iedere bewoner heeft er baat bij en niet elke toepassing is hetzelfde. Binnen CEW kijken teams daarom vooraf zorgvuldig voor wie een robot passend kan zijn en met welk doel. Die doelen worden expliciet gemaakt, zowel voor de bewoner als voor het team dat met de robot(s) gaat werken.
In de praktijk ondersteunt een robot bijvoorbeeld bij het opstaan, het voorbereiden op dagbesteding of het bieden van rust en houvast gedurende de dag. Voor sommige bewoners fungeert de robot als een vast aanspreekpunt, voor anderen als geheugensteun of hulpmiddel bij dagstructuur. “Wat we merken, is dat bewoners zelf ook heel goed kunnen aangeven wat voor hen werkt,” aldus Driessen. “Sommigen denken actief mee over wat de robot moet zeggen of op welk moment ondersteuning wenselijk is.”
Anders begeleiden
De inzet van sociale robotica vraagt ook iets van medewerkers en teams binnen Kempenhaeghe. Begeleiders leren hun rol deels anders in te vullen: minder sturen op herhaling en aansturing, meer ruimte voor contact en relatie. “Als een robot iemand al heeft geholpen bij het opstaan of de voorbereiding op de dag, komt een begeleider vaak in een andere sfeer binnen,” zegt Driessen. “Dat maakt het werk niet alleen efficiënter, maar ook prettiger.”
Tegelijkertijd benadrukt de persoonlijk begeleider en innovator dat de inzet van sociale robotica tijd en aandacht vraagt. “Het is een investering. In het begin kost het tijd om te programmeren, af te stemmen en samen te leren. Maar die tijd win je later terug.”
Onderbouwd werken: meten van impact
Een belangrijk onderdeel van het project is het meten van de impact van sociale robotica. In haar afstudeeronderzoek ontwikkelde Driessen een methodiek om zowel objectieve als subjectieve effecten in kaart te brengen. Denk aan tijdsbesteding van begeleiding, maar ook aan het ervaren van kwaliteit van leven en werkplezier.
Binnen het CEW wordt gewerkt met nulmetingen en vervolgmetingen, waarbij zowel bewoners als medewerkers hun ervaringen delen. “Het blijft voor een deel kwalitatieve informatie,” zegt Driessen. “Maar het helpt enorm om samen te zien wat er verandert en waar bijsturing nodig is.”
Opschaling binnen Kempenhaeghe
Na start in 2025 is doorgepakt via een bredere implementatie. De Esdoornstraat fungeert als startlocatie, waar meerdere robots tegelijk worden ingezet. Bewust is gekozen voor deze locatie en aanpak, zodat teams gezamenlijk ervaring opdoen en een nieuwe werkwijze kunnen ontwikkelen.
De ambitie is om binnen Kempenhaeghe de komende jaren behoorlijk op te schalen. In 2028 zullen zo’n 100 bewoners met robot Ivy in aanraking zijn gekomen. Bij 20 van hen zal sociale robotica dagelijks worden ingezet. “We beginnen met een klein aantal bewoners en breiden dat stap voor stap uit,” licht Driessen toe. “Zo blijft het behapbaar voor bewoners én collega’s en kunnen we blijven leren.”
Cruciale rol van de STOZ-subsidie
De opschaling wordt mogelijk gemaakt door een STOZ-subsidie (Stimulering Technologie en Zorg), die rond mei is toegekend. Deze subsidie biedt niet alleen financiële ruimte voor de inzet van technologie, maar vooral voor de implementatie ervan. “Zonder subsidie zet je iets neer en hoop je dat het blijft hangen,” zegt Driessen. “Met deze middelen kunnen we tijd vrijmaken voor scholing, begeleiding en het echt goed neerzetten van het project.”
De subsidie maakt het mogelijk dat Driessen een deel van haar tijd besteedt aan het project, naast haar werk als persoonlijk begeleider. “Dat is essentieel. Innovatie vraagt om kartrekkers en om aandacht.”
Vooruitkijken
Sociale robotica binnen CEW staat nog aan het begin van een bredere ontwikkeling. De komende jaren wordt verder onderzocht hoe technologie bewoners kan ondersteunen en hoe teams hier duurzaam mee kunnen werken.
“Het belangrijkste is dat we blijven kijken naar wat het oplevert,” besluit Driessen. “Voor bewoners, voor medewerkers en voor de kwaliteit van zorg. Als dat in balans is, dan heeft sociale robotica echt waarde.”