| NED | ENG
AAA

Onderzoekslijnen

Voor de komende jaren zijn de volgende onderzoekslijnen vastgesteld:

Onderzoekslijn 1 - Diagnostiek van de epilepsie
Kempenhaeghe heeft als één van haar kerntaken het bieden van gespecialiseerde diagnostiek voor patiënten met – de verdenking op - epilepsie, voor patiënten met ernstige epilepsieën, epilepsieën die moeilijk behandelbaar zijn of gecompliceerd worden door bijkomende – zoals psychische en maatschappelijke – factoren. Veel onderzoeksactiviteiten spelen zich dan ook af binnen dit kerngebied. Binnen deze onderzoekslijn zijn twee onderzoeksgroepen geformeerd: de onderzoeksgroep ‘Magnetische resonantie’ en de onderzoeksgroep ‘Neurofysiologie’.

Onderzoeksgroepen binnen deze lijn
Onderzoekslijn 2 - Klinische neurologie en geneesmiddelen
Ondanks het feit dat er zeer uitgebreide mogelijkheden bestaan voor anti-epileptische medicamenteuze behandeling, blijft het noodzakelijk onderzoeksinitiatieven te nemen. Nog steeds bestaan er onvoldoende mogelijkheden voor een aanzienlijke groep van patiënten die thans nog als therapieresistent moeten worden beschouwd. Het is een feit dat ongeveer twintig procent van de patiënten met epilepsie refractair is voor het bestaande arsenaal anti-epileptica. Dit kan liggen aan onvoldoende krachtige werking, maar ook aan het feit dat het geneesmiddel niet aankomt op de plaats waar het werkzaam moet zijn. In ons instituut wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van nieuwe geneesmiddelen en ook naar genetische aspecten van patiënten die anti-epileptica krijgen, het zogenoemde farmacogenetisch onderzoek. Daarnaast wordt het steeds meer van belang geacht om te kunnen behandelen met minder bijwerkingen. Anti-epileptica moeten immers langdurig worden gebruikt en bijwerkingen kunnen daardoor een ernstig effect hebben op het dagelijkse leven. Binnen deze onderzoekslijn heeft de onderzoeksgroep ‘Safety of anti-epileptic drugs’ zich speciaal op dit aspect van de behandeling geconcentreerd.

Onderzoeksgroepen binnen deze lijn
Onderzoekslijn 3 - Niet-medicamenteuze behandeling van epilepsie
Ondanks het feit dat medicamenteuze therapie voorop blijft staan in de behandeling van epilepsie heeft zich de afgelopen jaren een aantal niet-medicamenteuze behandelingsmogelijkheden aangediend. Deze kunnen bij verdere ontwikkeling vooral van belang zijn voor patiënten met een farmacotherapieresistente epilepsie. Op het gebied van epilepsiechirurgie werkt Kempenhaeghe intensief samen met Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC). Kempenhaeghe speelt ook een belangrijke rol in het traject dat uiteindelijk leidt tot de chirurgische ingreep. Centraal hierbij staat de rol van de aanvalsmonitoring en andere fase-1-onderzoeken zoals de neuropsychologie, alsmede de begeleiding van de patiënt voor, tijdens en na de ingreep. Op al deze gebieden participeert Kempenhaeghe in onderzoeksprojecten, waarbij wel moet worden benadrukt dat al deze onderzoeken worden verricht in samenwerking met andere centra en ziekenhuizen. Van toenemend belang is neuromodulatie. Een separate onderzoeksgroep richt zich op dit onderwerp.

Onderzoeksgroepen binnen deze lijn
Onderzoekslijn 4 - Ontwikkelingsaspecten van epilepsie
De onderzoekslijn Ontwikkelingsaspecten van epilepsie kende in de verslagperiode drie afgeronde promotiestudies:

- Nicolai J. Non-convulsive aspects of epilepsy in children. Universiteit Maastricht. 6 maart 2009.154 pages.
Supervisors: prof. dr. A.P. Aldenkamp, prof. dr. J.S.H. Vles

- Reijs R. Children with cryptogenic localization related epilepsy: Clinical outcome. Universiteit Maastricht. 13 november 2008. 110 pages. Supervisors: prof. dr. A.P. Aldenkamp, prof. dr. W.O. Renier

- Van Mil S. Children with cryptogenic localization related epilepsy: Neuropsychological outcome. Universiteit Maastricht. 13 november 2008. 138 pages.
Supervisors: prof. dr. A.P. Aldenkamp, prof. dr. W.O. Renier

Deze proefschriften markeren de (voorlopige) afsluiting van twee onderwerpen waarop deze onderzoekslijn zich heeft gericht: De invloed van epileptiforme EEG-ontladingen op het cognitief functioneren en de prognose van cryptogene lokalisatiegeboden epilepsie op kinderleeftijd. Het eerste onderwerp wordt thans voortgezet in de vorm van de promotiestudie van drs. S.C.M. Ebus, neuroloog.

De onderzoekslijn kent thans de volgende projecten waarbij opgemerkt kan worden dat al deze projecten de vorm hebben van een promotiestudie.


Onderzoeksgroepen binnen deze lijn
Onderzoekslijn 5 - Chronische epilepsie en verstandelijke beperking
Bij mensen met een verstandelijke beperking komt epilepsie vaak voor. Niet zelden gaat de epilepsie gepaard met ernstige verschijningsvormen en verschilt het proces van onderzoek, behandeling, zorgverlening en communicatie met dat van normaal begaafde patiënten. Er wordt – ook internationaal – weinig systematisch onderzoek naar deze klinische aspecten gedaan. Kempenhaeghe onderkent het belang hiervan en stelt zich de opdracht om een verbinding te leggen tussen state-of-the-art langdurige zorg en expertiseontwikkeling. Dit heeft mede geleid tot de volgende onderzoeksprojecten. Het project EPISODE (voorheen ‘aanvalsdetectie’) waarin de sector Zorg & Dienstverlening met medewerkers en patiënten participeert, wordt elders toegelicht.

Onderzoeksgroepen binnen deze lijn
Onderzoekslijn 6 - Elektronisch Patiëntendossier en ICT-infrastructuurontwikkeling
Onderzoekslijn 7 - Slaap
Vanaf begin 2008 heeft het Centrum voor Slaapgeneeskunde (CSG) een aantal belangrijke veranderingen ondergaan. Meer en meer profileert het CSG zich als derdelijns expertisecentrum voor complexe slaapstoornissen. Daarin staat een multidisciplinaire benadering volgens de huidige ‘state-of-the-art’ centraal. Tegelijkertijd is er ook een begin gemaakt om het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van slaapstoornissen verder te ontwikkelen. Het wetenschappelijk onderzoek richt zich op een beperkt aantal speerpunten die gestoeld zijn op de klinische aandachtsgebieden en de expertise van de senior-onderzoekers: 1) slaapafhankelijke ademhalingsstoornissen, 2) slaapstoornissen bij neurologische aandoeningen waaronder de ziekte van Parkinson, 3) insomnie en 4) primaire hypersomnieën waaronder narcolepsie. In beperkte mate wordt er contract-research verricht. Er zijn samenwerkingsverbanden met de Radboud Universiteit Nijmegen (onder andere op het gebied van slaapstoornissen bij neurodegeneratieve en neuromusculaire aandoeningen), Universiteit Gent (akoestiek van snurken, niet-restauratieve slaap) en de Universiteit van Leiden (narcolepsie). De komende jaren zal de academische samenwerking verder worden geïntensiveerd.

Onderzoeksgroepen binnen deze lijn

Onderzoekslijnen

Het wetenschappelijk onderzoek in Kempenhaeghe concentreert zich op strategisch gekozen speerpunten, de zogenoemde onderzoekslijnen. Binnen deze onderzoekslijnen werken onderzoeksgroepen aan onderzoeksprojecten:

  • onderzoeksgroep: Dit is een multidisciplinaire groep professionals die binnen de kaders van een onderzoekslijn onderzoeksprojecten initieert en uitvoert. Ook externe participanten kunnen deel uit maken van een onderzoeksgroep. Binnen een onderzoekslijn kunnen meerdere onderzoeksgroepen actief zijn.
  • onderzoeksproject: Een onderzoeksproject is een afgebakend onderzoekstraject met een specifieke onderzoeksvraagstelling. Aan een onderzoeksproject kunnen één of meerdere onderzoekers meewerken. Ieder onderzoeksproject valt binnen een onderzoekslijn van Kempenhaeghe.