Eerste hulp bij epilepsie-aanvallenAdviezen bij slaapproblemen
Lees voor

Kempenhaeghe genomineerd als beste werkgever!

Lees meer...

Uit het medewerkersonderzoek van Effectory komt naar voren dat medewerkers erg tevreden zijn over Kempenhaeghe. Medewerkers geven maar liefst een 8 voor algemene tevredenheid (3 jaar geleden 7,5). Naast de hoge score voor tevredenheid (8,0) scoort Kempenhaeghe heel goed op betrokkenheid (8,1). Met dit resultaat scoren we beter dan gemiddeld in vergelijking met collega's in de zorg.

Genomineerden voor Beste Werkgevers Awards 2014 bekend



Zie ook de website van Effectory.

Jaarverslagmagazine verschenen

Lees meer...

Voor Kempenhaeghe was 2013 een voorspoedig jaar. We hebben veel resultaten bereikt die bijdragen aan de verdere verankering van de positie als hèt leidend expertisecentrum in Nederland op de vakgebieden epileptologie, slaapgeneeskunde en neurologische leer- en ontwikkelingsstoornissen. De artikelen in dit kleurrijke jaarverslagmagazine vertellen u er meer over.

Jaarverslag 2013
Download het jaarverslag 2013 in pdf-formaat.

Somnoloog Sebastiaan Overeem levert bijdrage aan wereldwijde 'slaapbijbel'

Lees meer...

Onlangs verscheen de derde editie van de 'International Classification of Sleep Disorders', onder auspiciën van de American Academy of Sleep Medicine. Het betreft de wereldwijde 'bijbel' waarin alle slaapstoornissen staan beschreven, met een overzicht van de kenmerken en symptomen, plus de criteria om een diagnose te stellen. Deze editie bevat een gewijzigde indeling op basis van nieuwe klinische en wetenschappelijke inzichten. Daarnaast wordt voor het eerst per aandoening beschreven hoe het beeld er op kinderleeftijd uitziet. Somnoloog Sebastiaan Overeem is mede-auteur van het deel over hypersomnieën, inclusief narcolepsie. Sebastiaan: "Het is heel belangrijk dat artsen en onderzoekers wereldwijd dezelfde 'taal' spreken als het gaat over de werkwijze van het stellen van slaapdiagnoses met de daarbij horende criteria. Een belangrijk werk dus."

Kempenhaeghe benoemt drs. Nico Geurts als bestuurder

Lees meer...

De raad van toezicht van Stichting Kempenhaeghe heeft drs. Nico Geurts benoemd tot lid van de raad van bestuur. De huidige voorzitter van de raad van bestuur ir. Ike Bomer, gaat 1 december a.s. met pensioen. Nico Geurts treedt komend najaar in dienst en zal successievelijk de inhoudelijke portefeuilles van Ike Bomer overnemen. Dr. Marlène Chatrou, die sinds maart 2012 als bestuurder is verbonden aan Kempenhaeghe, wordt per 1 december a.s. voorzitter van de raad van bestuur.

Nico Geurts werkt nu als bestuurder van de stichting JeugdGezondheidsZorg Zuid Holland West. Hij bekleedde hiervoor diverse directie- en bestuursfuncties in de (geestelijke, forensische en somatische) gezondheidszorg.

Hersennetwerken van patiŽnten met PNEA blijken anders te zijn dan die van gezonde personen

Een deel van de patiŽnten die worden gezien in een gespecialiseerd epilepsiecentrum blijkt geen epilepsie te hebben maar wel aanvallen.
Lees meer...

Een deel van de patiënten die worden gezien in een gespecialiseerd epilepsiecentrum blijkt geen epilepsie te hebben maar wel aanvallen. De aanvallen van deze patiënten lijken op epilepsie maar laten niet de typerende epileptische ontladingen in de hersenen zien. De aanvallen hebben een emotionele oorzaak. Om meer te weten te komen over de onderliggende psychopathologie van patiënten met deze psychogene niet-epileptische aanvallen (PNEA) heeft neurowetenschapper Sylvie Kolfschoten - van der Kruijs (Universiteit Maastricht) tijdens haar promotieonderzoek in Kempenhaeghe verschillende neurofysiologische kenmerken van deze patiënten geanalyseerd. Ondanks het psychogene karakter van de aandoening, blijken de hersennetwerken van deze patiënten met PNEA toch anders te zijn dan die van gezonde personen.

Onderzoek met MRI toont bijvoorbeeld sterkere functionele connecties aan tussen hersengebieden die betrokken zijn bij emotie, executief functioneren (= het doelgericht uitvoeren van taken) en beweging. Ook is er een significante correlatie gevonden tussen de connectiviteitssterkte en dissociatiescores. Mogelijk is er bij patiënten met PNEA sprake van een dissociatieproces waarbij emoties een grote invloed hebben op de cognitieve vermogens, resulterend in een motorische reactie: een aanval. Emoties dus, die de patiënt 'overvallen' of die hij of zij niet herkent, en in een poging die weg te drukken, omslaan in een fysieke reactie. Echter deze verhoogde connectiviteit kan in plaats van de oorzaak ook een gevolg kan zijn van PNEA.
 
Verder is er gekeken naar veranderingen van het autonome zenuwstelsel. Een aanval kan zorgen voor een activatie van het autonome zenuwstelsel wat kan leiden tot een veranderde vagale tonus die zich weer uit in veranderde hartslag en hartslagvariabliteits-parameters. Dit is te meten door tijdens een video-EEG-registratie een electrocardiogram van het hart te maken. Uit het promotieonderzoek blijkt er bij PNEA sprake is van een toegenomen sympathisch functioneren vlak vóór en tijdens de aanval, en een toename van het parasympathisch functioneren na de aanval. Dat duidt mogelijk op verhoogde spanning vóór en ontspanning na de aanval.
 

Verdere bestudering van de resultaten moet nog uitwijzen of de gevonden parameters specifiek genoeg zijn om in de toekomst van dienst te kunnen zijn bij de behandeling van patiënten met PNEA.


 Sylvie Kolfschoten-van der Kruijs verdedigde op 24 juni 2014 haar proefschrift
 'Psychogenic non-epileptic seizures; the identification of neurophysiological correlates'
,
 aan de Universiteit Maastricht.
(ISBN 978-94-6259-228-5)

Kempenhaeghe, TU/e en Philips ontwikkelen innovatieve methoden om slaap te monitoren

Lees meer...

Het Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe werkt samen met Philips en TU/e aan innovaties om slaappatiënten langdurig thuis te monitoren

Somnologen prof. dr. Dirk Pevernagie, medisch hoofd en dr. Sebastiaan Overeem, coördinator wetenschap van het Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe,  verheugen zich in een bijzondere wetenschappelijke samenwerking met Philips en Technische Universiteit Eindhoven TU/e, waarin nieuwe methoden worden ontwikkeld voor de diagnostiek en behandeling van slapeloosheid en ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen. Dirk Pevernagie: “Deze samenwerking past uitstekend in de topklinische zorg die ons expertisecentrum op het gebied van slaap verleent en levert nieuwe mogelijkheden om de zorgverlening en het persoonlijk welzijn van onze patiënten te verbeteren.”

Ongeveer tien procent van de bevolking kampt met slaapproblemen wat tot ernstige neveneffecten zoals diabetes of cardiovasculaire aandoeningen kan leiden. De huidige diagnosetechnieken zijn complex, kunnen slechts toegepast worden gedurende 1 of 2 nachten, en analyseren vaak slechts een deel van het onderliggende ziekteproces. Samen met het Kempenhaeghe ontwikkelen Philips en TU/e innovaties waarmee de onderliggende ziekteprocessen directer worden gemeten en waarmee langdurig monitoren van de slaap in de thuissituatie mogelijk wordt. Daarnaast worden deze nieuwe diagnosetechnieken gebruikt om het behandelproces continu aan te sturen.

Het onderzoek vormt een onderdeel van een grootschalig strategisch samenwerkingsverband tussen Philips en de TU/e dat is gericht op de versnelde ontwikkeling van digitale innovaties op het gebied van gezondheidszorg, verlichting en datawetenschap. 

Zie ook persbericht van 3 juni 2014 Philips en TU/e nemen initiatief voor digitale innovatie voor gezondheidszorg, verlichting en datawetenschap.

http://www.tue.nl/universiteit/nieuws-en-pers/nieuws/03-06-2014-philips-and-tue-have-announced-a-strategic-cooperation/ 

 

http://www.cursor.tue.nl/nieuwsartikel/artikel/tue-en-philips-lanceren-strategisch-samenwerkingsverband/

http://www.newscenter.philips.com/nl_nl/standard/about/news/press/2014/20140603-Philips-en-TUe-nemen-initiatief-voor-digitale-innovatie-voor-gezondheidszorg-verlichting-en-datawetenschap.wpd#.U43P0_l_t6U

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leerlingen prokkelen in Kempenhaeghe

Lees meer...

Van maandag 2 t/m zaterdag 7 juni is het landelijke Prokkelweek. Een Prokkel is een prikkelende ontmoeting tussen iemand mét een verstandelijke beperking en iemand zonder. Op donderdag 5 juni prokkelen leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool St. Andreas in Budel-Dorplein bij de bewoners van De Bongerd op de locatie Providentia Kempenhaeghe. Tussen 10.30-11.30 komen de leerlingen hun ‘lessen in geluk’  in de praktijk brengen. Zij beginnen met een voordracht uit hun musical en delen lekkere hapjes uit. Hierna lezen zij een verhaal voor en doen spelletjes met de bewoners.

Uitbreiding Centrum voor Slaapgeneeskunde in Oosterhout

Lees meer...

De verdere uitbreiding van het Centrum voor Slaapgeneeskunde (CSG) in de Hans Berger Kliniek in Oosterhout is een feit nu de slaapdiagnostiek is opgestart, twee jaar nadat op deze locatie een polikliniek van het CSG werd geopend. Met de opnamefaciliteiten voor slaaponderzoek is het zorgaanbod van het CSG in Oosterhout compleet. Sinds 12 mei verbleven de eerste slaappatiënten in dit nieuwe opnamecentrum. Met deze uitbreiding kan Kempenhaeghe een grote regio in het zuid-westen van Nederland bedienen. Alleen heel gespecialiseerde onderzoeken gebeuren exclusief in Heeze. Medisch hoofd en somnoloog prof. dr. Dirk Pevernagie: “We zijn als team trots op de nieuwe mogelijkheden in Oosterhout die ruimte geven voor uitbreiding van patiëntenstromen en klinisch-diagnostische activiteiten waarmee Kempenhaeghe zich verder kan verankeren in de zuidelijke regio’s van Nederland.”

Hoogste punt nieuwe zorgwoningen belangrijke stap in ontwikkeling unieke woonwijk

Lees meer...

 

  

Op 15 mei werd onder grote belangstelling van bouwers, bewoners en medewerkers van Kempenhaeghe een belangrijk moment gevierd op weg naar de realisatie van een woondroom. De vlaggen werden gehesen bij het bereiken van het hoogste punt van de bouw van de eerste zorgwoningen in het plan ‘De Vrije Ruimte van ...’. Het is een belangrijke stap op weg naar een nieuwe woonwijk op een unieke locatie, waar de bewoners van Providentia straks te midden van hun nieuwe buren zullen wonen en waardoor deze omgeving levendiger wordt. Onder het genot van een 'frietje' werden de bouwers bedankt voor hun bijzonder inzet en oplettendheid ten aanzien van extra veiligheidsmaatregelen zoals het afschermen van de bouwplaats. Bewoners, familieleden en medewerkers namen vervolgens een kijkje in de nieuwbouw. 

De nieuwe zorgwoningen worden naar verwachting vanaf medio december 2014 bouwkundig opgeleverd. Dan start de bouw van de tweede fase van de zorgwoningen. In totaal zullen er 176 bewoners van Kempenhaeghe gaan wonen, verdeeld over kleinschalige groepswoningen en studio’s. Daarnaast komen er 180 marktwoningen van verschillende types in het gebied. De eerste woningen en kavels in deze nieuwe wijk van de gemeente Heeze-Leende, zijn inmiddels verkocht. Het wordt een wijk met bijzondere woningen van een bijzondere architectuur in een prachtige groene, landelijke omgeving met veel ruimte en kleinschalige voorzieningen die bijdragen aan ontmoetingen tussen alle bewoners.

Meer informatie: www.devrijeruimtevan.nl

 

'Pioniers van het brein': samenwerking TU/e en Kempenhaeghe

Lees meer...

'Pioniers van het brein' is de titel van een mooi artikel dat 6 mei verschenen is in de Cursor, de nieuwssite van de Technische Universiteit Eindhoven. In het artikel wordt ingegaan op de intensieve samenwerking tussen Kempenhaeghe als expertisecentrum en de Technische Universiteit. Het ontwikkelingen van technieken voor verbetering van de zorg voor patiënten met epilepsie, slaap en neurocognitieve stoornissen levert zowel de patiënten veel op alsook de beide organisaties. In het artikel worden voorbeelden genoemd van de samenwerking o.a. op het gebied van de ontwikkelingen op het gebied van bewakingsapparatuur voor epilepsiepatiënten.

http://www.cursor.tue.nl/nieuwsartikel/artikel/pioniers-van-het-brein/

 

PatiŽnten met niet-epileptische aanvallen voor diagnose en opstart behandeling naar epilepsiecentrum

Lees meer...

Patiënten met niet-epileptische aanvallen voor diagnose en opstart behandeling het beste af in een epilepsiecentrum

Een deel van de patiënten die worden gezien in een gespecialiseerd epilepsiecentrum blijkt geen epilepsie te hebben maar wel aanvallen. De aanvallen van dit type patiënten lijken weliswaar op epilepsie, maar laten niet de typerende epileptische ontladingen in de hersenen zien. Ook is er geen andere organische oorzaak voor de aanvallen. De aanvallen hebben een emotionele oorzaak. Psychosociale factoren spelen onderliggend een rol bij het ontstaan en blijven voortbestaan van de aanvallen. Klinisch psycholoog/ psychotherapeut Dr. Nynke Bodde, werkzaam bij Kempenhaeghe, stelt naar aanleiding van haar recente promotieonderzoek dat deze patiënten met zogeheten psychogene niet-epileptische aanvallen (PNEA) in de diagnostische fase en bij de opstart van de behandeling het beste af zijn in een gespecialiseerd epilepsiecentrum. #

De uitgebreide diagnostische mogelijkheden van een epilepsiecentrum maken dat in de meeste gevallen met zekerheid kan worden vastgesteld dat het niet om epilepsie gaat. Weten dat ‘elk mogelijk onderzoek is gedaan’, helpt de patiënt bij het accepteren van de diagnose PNEA. Verder is er in een gespecialiseerd epilepsiecentrum veel kennis over het omgaan met aanvallen. Ook na de diagnose gaan de aanvallen vaak nog een tijd door en kunnen daarmee een grote impact op het dagelijks leven hebben. Als deze niet behandeld worden, kunnen er bijkomende problemen, zoals verlies van werk en sociale contacten, ontstaan. Bovendien zijn er patiënten die zowel met epilepsieaanvallen als met psychogene niet-epileptische aanvallen kampen”, aldus Nynke Bodde.

Twee fasen in de diagnostiek
Het is van belang om twee fasen in de diagnostiek te onderscheiden. Beide hebben baat bij de specifieke expertise van een gespecialiseerd epilepsiecentrum, een principe dat ook is opgenomen in de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie, middels een aanbeveling tot multidisciplinaire behandeling van deze aanvallen. Dit wordt ook onderschreven door Europese epilepsiecentra.

In de eerste fase wordt het onderscheid tussen ‘niet epilepsie’ en epilepsie gemaakt. Wanneer sprake is van een combinatie van PNEA en epilepsie is het van belang goed te onderscheiden welke aanval bij welk type hoort. In veel gevallen is dit complexe diagnostiek, die een grote mate van gespecialiseerde epilepsie-expertise vereist. Dat deze diagnose moeilijk is bewijst het feit dat de patiënten die uiteindelijk de diagnose PNEA krijgen gemiddeld 6 jaar ten onrechte de diagnose epilepsie hebben gehad. Een verkeerde diagnose (in beide richtingen) kan dus jarenlang negatieve gevolgen hebben. Ook zijn er de potentiële risico’s dat PNEA patiënten gaan ‘shoppen’ door het medische circuit, zonder dat de noodzakelijke adequate psychologische of psychiatrische behandeling wordt ingezet, hetgeen meer kosten geeft dan opbrengt. Patiënten met PNEA vinden het vaak lastig een psychologische verklaring voor de klachten te accepteren. In deze eerste fase is dan ook een essentiële interventie dat over de diagnose zodanig met de patiënt gecommuniceerd wordt dat de diagnose geaccepteerd wordt. Hier ligt een belangrijke taak voor de neuroloog en het is goed ook het systeem om de patiënt heen hierbij te betrekken. Dit betekent dat niet te snel verwezen moet worden voor psychologische hulpverlening. In Kempenhaeghe bestaat goede ervaring met de multidisciplinaire benadering, waarbij de stappen zorgvuldig getimed worden. Neuroloog en klinisch psycholoog spreken de patiënt samen zodat ingegaan kan worden op de begrijpelijke ambivalentie van de patiënt in deze fase: “is het nou zeker dat ik geen epilepsie heb….”.  Te snel verwijzen naar de GGZ leidt tot frequente terug verwijzingen naar het epilepsiecentrum.

Patiënten zijn er  niet mee geholpen dat zij leiden aan een ‘niet ziekte’.  De diagnose ‘niet-epileptische aanvallen’ zegt uitsluitend wat het niet is, maar zegt niets over wat er dan wél met de patiënt aan de hand is. Dat is de 2e fase van de diagnose, waarin verkend wordt welke emotionele problemen ten grondslag liggen aan de aanvallen en waar de beste invalshoeken liggen voor behandeling. Dit vereist gespecialiseerde klinische psychologie, maar niet op zichzelf staand. In deze fase dient er nauw contact te zijn tussen psycholoog, neuroloog en andere betrokken disciplines. Er is grote kennis nodig van aanvallen, aanvalsgevolgen en aanvalscontrole. Tijdens dit proces is het namelijk veelvoorkomend dat de patiënt opnieuw gaat twijfelen aan de psychologische oorzaak of dat sprake is van een terugval of verandering in de PNEA.  Zowel voor de patient als het behandelteam is het dan van groot belang terug te kunnen vallen op de vertrouwde neuroloog en diens expertise, zodat de lijn van de behandeling niet verstoord raakt. Soms wordt in deze fase ook de antiepileptische medicatie geleidelijk afgebouwd en voelt de patiënt zich anders. Per patiënt dienen hier invalshoeken gekozen te worden, soms psychologisch, een enkele keer psychiatrisch (PNEA is geen psychiatrische diagnose!), soms maatschappelijk werk gericht op bijvoorbeeld herstel van werk.

Een belangrijk misverstand, vaak leidend tot misinterpretaties, is de interpretatie van de resultaten van psychologisch onderzoek in deze fase. Wanneer eenmaal de diagnose ‘niet epilepsie’ is gesteld, heeft psychologisch onderzoek (en dan met name persoonlijkheidsdiagnostiek) een essentiële rol bij het vaststellen van onderliggende emotionele oorzaken. Deze volgorde kan echter niet omgedraaid worden. Het bestaan van psychische problemen is geen bewijs dat er sprake is van PNEA. Het vinden van psychologische of psychiatrische problemen sluit immers niet uit dat sprake is van epilepsie.

Poliklinisch traject
Beide diagnostische fasen worden bij de meeste patiënten volledig poliklinisch verricht, zodat de patiënt niet vervreemd raakt van diens sociale omgeving. De diagnose PNEA is een diagnose die ook door de sociale omgeving van de patient geaccepteerd moet worden. Ook zijn deze trajecten niet langdurig en zijn soms niet meer dan 4 of 5 contacten nodig binnen 2 of drie maanden. Wel is het belangrijk dat de patiënt voldoende ‘denktijd’ krijgt tussen de verschillende stappen in dit diagnostische proces en bij de aanzet tot behandeling. Medewerking van de patiënt is essentieel om drop out te voorkomen.

Verwijzing
Pas daarna kan de patiënt verwezen worden naar bijvoorbeeld de algemene GGZ. Kempenhaeghe draagt dan zorg voor een gerichte verwijzing en ondersteuning daarbij.

Op dat moment moet het contact met een epilepsiecentrum afgesloten worden (voor wat betreft de begeleiding van de niet epileptische aanvallen) om duidelijkheid te creëren  voor de patiënt. We hebben inmiddels goede ervaring met een consulterende functie van het PNEA expertise team van het epilepsiecentrum richting het behandelteam binnen de GGZ of andere begeleidingsinstanties.

Overigens is verwijzing naar de GGZ zeker niet bij iedereen nodig. Patiënten met PNEA vormen een heterogene groep met betrekking tot de onderliggende problematiek, dus ook de behandeling varieert van individuele behandeling bij de eerstelijns psycholoog tot intensieve vervolgbehandeling in een kliniek voor psychosomatiek.

In het proefschrift van Dr. Bodde worden ook de resultaten beschreven van een groep patiënten die na de tweede fase geen verdere GGZ verwijzing nodig heeft. Deze groep had zes jaar na de onderzoeksperiode in een epilepsiecentrum in het algemeen weinig aanvallen meer - de meeste patiënten bleken aanvalsvrij - en stond er ook psychisch goed voor.

Als de eerste en tweede fase van de diagnostiek dus goed gebeurt, volstaat dit voor een deel van de patiënten. Goed wil ons inziens zeggen binnen de expertise van de gespecialiseerde epilepsiezorg en in nauwe interactie tussen epileptoloog en een door hem/haar aangestuurd multidisciplinair team dat in ieder geval een in deze problematiek gespecialiseerde klinische psychologen heeft.

Internationaal is overigens de diagnose, inclusief de tweede fase en de opstart van behandeling, inclusief de verwijzing van patiënten naar de GGZ een taak van epilepsiecentra.

# Nynke Bodde promoveerde op donderdag 31 oktober 2013 binnen de geneeskundige faculteit van de Universiteit Maastricht met het proefschrift  ‘Psychogenic non-epileptic seizures: a separate disorder or part of a continuum?’. Het promotieteam bestond uit prof. dr. R.J. van Oostenbrugge, prof. dr. K.E.J. Vonck en de copromotoren dr. R.H.C. Lazeron en dr. A.J.A. De Louw.

 

 

Transitiepoli begeleidt jongeren met epilepsie naar volwassenheid

Lees meer...

Subsidie Provincie aan Kempenhaeghe

Jongeren met epilepsie op een verantwoorde manier begeleiden naar volwassenheid. Dat is het primaire doel van de transitiepolikliniek epilepsie van Kempenhaeghe, expertisecentrum voor epilepsie, slaapgeneeskunde en neurocognitie. Voor het project ‘Transitie naar zelfstandigheid’, waarbij die begeleiding zich niet alleen toespitst op medische zaken, maar ook op sociaal-maatschappelijke factoren, krijgt Kempenhaeghe een provinciale subsidie van 219.444 euro.

De transitiepoli, die in januari 2012 startte, moet de overgang van behandeling van kinderen door diverse specialisten naar behandeling van volwassenen door vaak maar één specialist goed vorm geven. Daardoor wordt het voor jongeren mogelijk om zo zelfstandig mogelijk verder te kunnen met hun leven als jong-volwassene met epilepsie.

Epilepsie ontstaat voor een groot deel van de patiënten al in de kindertijd. Rond de achttiende verjaardag gaat de zorgverlening – zeker buiten de gespecialiseerde epilepsiezorg - over van de multidisciplinaire kindzorg naar een meer solistisch werkende aanpak van één specialist. Neuroloog dr. Anton de Louw, medisch hoofd epileptologie van Kempenhaeghe: “Die overgang blijkt vaak abrupt en problematisch te verlopen. Door kinderen hier goed op voor te bereiden, verbetert hun toekomstperspectief. In Kempenhaeghe is daarom gestart met een pilot ‘transitiepolikliniek’. Met een team van een neuroloog, gedragswetenschapper, maatschappelijk werker en onderwijskundig consulent worden de situatie en de mogelijkheden en kansen van patiënten in kaart gebracht.”

Zelfstandigheid
De jongeren worden door de poli niet alleen medisch maar ook psychosociaal en maatschappelijk begeleid naar zelfstandigheid. Dan gaat het om het omgaan met hun ziekte, maar ook om zaken als passende opleiding en beroepskeuze. De verwachting is dat ze daardoor minder zorg nodig hebben en mogelijk minder gebruik maken van maatschappelijke voorzieningen. Mogelijk is de aanpak in de toekomst uit te rollen voor andere chronische aandoeningen.

“Je leert jezelf goed kennen”
“Jongeren met epilepsie kampen vaak met bijkomende problemen op bijvoorbeeld cognitief en emotioneel gebied”, vertelt professor dr. Bert Aldenkamp, hoogleraar epilepsie en neurocognitie en hoofd Gedragswetenschappelijke Dienst. “Daardoor komt vaak hun zelfredzaamheid in het gedrang. Dat kan gaan om zaken zoals bijvoorbeeld dagelijkse verzorging, het ontwikkelen van een eigen identiteit, werk of school en toekomstmogelijkheden.”

De tot nu toe bereikte resultaten van de bijzondere poli zijn positief. 85% van de jongeren en hun ouders die de transitiepoli hebben bezocht, was tevreden. “Je krijgt een goed beeld van hoe je er op een bepaald moment voor staat” en “Je leert jezelf goed kennen” zijn uitspraken van deelnemers. Jongeren en ouders herkennen ook het probleem dat de kinderen door hun aandoening altijd met zorg zijn omringd en nauwelijks of niet voorbereid zijn op zelfstandigheid.  

Middelen ‘leefbaarheid@Brabant’
Manager Onderzoek en Ontwikkeling dr. Laura Gottmer licht toe: “Het project waarvoor de Provincie subsidie verleent, richt zich op het analyseren van de maatschappelijke effecten van de transitiepolikliniek en op de patiënten zoals de effecten op de kwaliteit van leven, arbeidsparticipatie en coping. Vooral en uniek voor een gezondheidszorginstelling wordt de stap naar de maatschappij gemaakt.  Doel van het project is om op zoek te gaan naar partners in Brabant met wie een samenwerking tot stand kan worden gebracht om de jongeren met epilepsie optimaal te begeleiden. Dit is belangrijk voor de jongeren, maar ook voor hun omgeving. Dit past natuurlijk ook goed in de trend om de zorg meer lokaal via maatschappelijke partners in te richten.

De Provincie verstrekte de subsidie vanuit Leefbaarheid@Brabant. Dit programma stimuleert innovatieve aanpak van leefbaarheid. Daardoor kunnen burgers, ondernemers, en regionale netwerken gezamenlijk aan de slag gaan met leefbaarheidsvraagstukken. Gedeputeerde Brigite van Haaften (Cultuur en Samenleving): “Mensen langer zelfstandig laten wonen is niet alleen noodzakelijk, maar ook heel goed voor de leefbaarheid. Als dit project succesvol is, kan dat een stimulans zijn om op meer plekken een dergelijke aanpak te starten. Daar zijn we naar op zoek, en als we deze kennis met elkaar delen, werken we samen aan een leefbaar Brabant.“

Kempenhaeghe werkt in het project samen met onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven en Epilepsievereniging Nederland.

Netwerkverstoringen bij kinderen met rolandische epilepsie

Lees meer...

Promotieonderzoek naar samenhang kinderepilepsie en taalproblemen

Rolandische epilepsie is de meest voorkomende kinderepilepsie waarbij aanvallen ontstaan vanuit de sensomotorische hersenschors, die de beweging aanstuurt. Uit verschillende studies blijkt dat deze vorm van epilepsie samengaat met taalproblemen bij kinderen. Door middel van geavanceerde MRI-technieken ontdekte R. Besseling in zijn promotieonderzoek dat de sensomotorische hersenschors verbonden is met bepaalde taalcentra. Bij rolandische epilepsie zouden de aanvallen via deze verbinding dus kunnen uitstralen naar de taalcentra. Inderdaad bleek dat deze verbinding bij rolandische epilesie is verstoord en hoe groter de verstoring, hoe lager het taalniveau. Nu beter bekend is hoe deze epilepsie in de hersenen werkt, kan worden uitgezocht hoe deze kinderen meer gericht kunnen worden behandeld.

Rolandische epilepsie bij kinderen wordt van oudsher als benigne (goed behandelbaar) aangeduid omdat de aanvallen relatief mild zijn en vooral ’s nachts optreden. Bovendien verdwijnen de aanvallen spontaan rond de leeftijd van 16 jaar. Echter er zijn steeds meer  wetenschappelijke studies die laten zien dat rolandische epilepsie samengaat met leerproblemen. Vandaar dat nader onderzoek belangrijk is. De link tussen epilepsie en cognitie is een belangrijke pijler van een onderzoeksgroep van artsen en technici van Kempenhaeghe en de afdeling radiologie van het Maastricht UMC+ onder leiding van prof. dr. B. Aldenkamp en waar René Besseling deel van uitmaakt. Met de nieuwe inzichten uit het promotieonderzoek zijn belangrijke stappen gezet om te begrijpen hoe rolandische epilepsie en taalproblemen samenhangen. Er is nader onderzoek nodig om de inzichten om te zetten in therapie.

Biomedisch ingenieur ir. René M.H. Besseling promoveerde vrijdag 4 april aan de Faculteit of Health, Medicine and Life Sciences van de Universiteit Maastricht met het onderzoek “Brain wiring and neuronal dynamics; advances in MR imaging of focal epilepsy”.

Taalproblemen en epilepsie en mogelijke rol logopedist

Lees meer...

In het vakblad Logopedie van maart 2014 beschrijven Kempenhaeghelogopedisten Mieke Bessems-Berkers en Kim Brok taalproblemen en epilepsie.

Epilepsie bij kinderen kan blijvende, fluctuerende en reversibele verstoringen in de taalontwikkeling teweegbrengen (Overvliet et al., 2010). Een aantal specifieke epilepsiesyndromen wordt belicht. Met name epilepsiesyndromen met nachtelijke aanvallen hangen vaak samen met taalstoornissen. Onderkenning hiervan - en van mogelijke bijwerkingen van anti-epileptica - kan bijdragen aan tijdige diagnostiek en adequate behandeling. De auteurs wijzen op de mogelijke rol van de logopedist, samen met andere hulpverleners en de ouders van het kind, in de vroegsignalering.

Jonge onderzoekers presenteren zich op Kempenhaeghe congres

Lees meer...

De laatste ontwikkelingen op de vakgebieden epileptologie, slaapgeneeskunde en neurologische leer- en ontwikkelingsstoornissen worden besproken op het jaarlijkse internationaal klinisch symposium dat Kempenhaeghe op 27 en 28 maart organiseert voor medisch specialisten en onderzoekers. Tijdens het symposium geeft Kempenhaeghe ook jonge onderzoekers kansen. Zij hebben de mogelijkheid hun onderzoek te presenteren in de vorm van een poster, hetgeen Kempenhaeghe beloont met het jaarlijks uitreiken van een posterprijs.

Dit jaar gaan de posterprijs uit naar natuurkundige en promovendus ir. Kees Hermans, die in Kempenhaeghe onderzoek doet naar de combinatie van EEG en MRI-onderzoek. Als tweede winnaar krijgt drs. Lisa Thyrion een posterprijs voor haar onderzoek aan de Universiteit Gent naar het fenomeen status epilepticus, een situatie waarbij de patiënt niet vanzelf uit een epilepsieaanval komt.

Ook in het wetenschappelijk jaarverslag dat Kempenhaeghe uitgeeft bij gelegenheid van het symposium worden onderzoeken van jonge onderzoekers toegelicht. In totaal zijn er in Kempenhaeghe zo’n 30 promovendi. De vraagstellingen voor onderzoek en ontwikkeling komen voort uit de patiëntenzorg en omgekeerd zijn de projecten direct of indirect gericht op innovatie van de patiëntenzorg. Bijzonder interessant om te noemen is het onderzoek van drs. Dominique IJff die onderzoek doet naar de invloed van medicatie tegen epilepsie op bijvoorbeeld taal, geheugen en concentratie. Dit is belangrijk omdat medicatie weliswaar kan helpen tegen de epilepsie maar ook dit soort bijwerkingen met zich mee kan brengen. Het middel moet nooit erger worden dan de kwaal. Ook het onderzoek van Loes Leenen MANP en drs. Ben Wijnen naar toepassing van zelfmanagement is interessant. Via het volgen van een cursus leren epilepsiepatiënten epilepsie in hun dagelijks leven in te passen zodat die hen minder beperkt. De hoop en de verwachting is dat de levenskwaliteit van deze patiënten zo wordt vergroot en de aanvallen juist verminderen omdat de patiënten gestructureerder gaan leven. Drs. Merel van Gilst doet onderzoek bij Parkinsonpatiënten. Het lijkt erop dat slaap bij hen een verkwikkend effect kan hebben. Onderzocht wordt wanneer en hoe deze sleepbenefit optreedt. Het doel is dat artsen gerichtere slaapadviezen kunnen gaan geven aan Parkinsonpatiënten. Als laatste noemen we de inzet van een game die in samenwerking met de TUe is ontwikkeling voor een onderzoek van drs. Janneke Peijnenborgh naar tijdsbesef bij kinderen. Zij onderzoekt hiermee hoe kinderen met een ernstige leerstoornis beter kunnen worden ondersteund in hun functioneren op school en sociaal gezien.

 

Nieuw Academisch Centrum voor Epileptologie zet in op verbeterde behandeling van epilepsie

Lees meer...

Kempenhaeghe en het Maastricht UMC+ werken samen op het gebied van epilepsie

Per  januari 2014 is het Academisch Centrum voor Epileptologie (ACE) gestart. Dit nieuwe centrum is een samenwerkingsverband tussen Kempenhaeghe en het Maastricht UMC+. Het doel van de samenwerking is diagnostiek en behandeling van epilepsie naar een hoger plan te tillen om zodoende de nog steeds grote groep van kinderen en volwassenen met een moeilijk te behandelen vorm van epilepsie verder te kunnen helpen. Het Academisch Centrum voor Epileptologie is uniek in zijn soort en wil leidend zijn in die gespecialiseerde zorg.

Epilepsie is een neurologische aandoening; 1 op 150 mensen heeft epilepsie en jaarlijks komen er in Nederland ongeveer 6.000 nieuwe patiënten bij. Hoewel epilepsie binnen de neurologie veelal wordt beschouwd als een goed te behandelen aandoening, blijft circa een derde van de patiënten kampen met epilepsieaanvallen die het dagelijks leven aanzienlijk belemmeren. Epileptische aanvallen verschillen in vorm, hevigheid, duur en frequentie, afhankelijk van de plek in de hersenen waar de aanval zich voordoet.

Voordelen van samenwerking
Niet eerder in Nederland of daarbuiten, richtten een derdelijnscentrum en een academisch ziekenhuis een dergelijke gezamenlijke organisatie op. Daarmee is het centrum toonaangevend in Nederland en over de landsgrenzen heen.

De voordelen van de samenwerking zijn groot, zo lichten de neurologen dr. Anton de Louw en prof. dr. Robert van Oostenbrugge toe. Samen vormen zij de medische directie van het nieuwe Academisch Centrum voor Epileptologie.

“Goed wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en kennisoverdracht stimuleert hoogwaardige en up-to-date patiëntenzorg en zorgvernieuwing. Andersom geldt ook dat goed onderzoek en onderwijs alleen mogelijk is als er goede en voldoende klinische voorzieningen zijn. Hierin zit de meerwaarde voor de beide samenwerkingspartners. De onderlinge lijnen zijn nu korter waardoor we efficiënter en effectiever kunnen werken. Dat bespaart niet alleen tijd en geld, maar maakt ook de expertise en faciliteiten van beide organisaties gemakkelijker toegankelijk voor verwijzers, patiënten en wetenschappers.” aldus Van Oostenbrugge. “Daarbij komt dat de bundeling kan leiden tot kostenbesparing bij dure vormen van diagnostiek, zoals genetisch onderzoek, en bij dure behandelingen zoals epilepsiechirurgie of neuromodulatie,” vult De Louw aan. Hij vervolgt: “Kennis die uit wetenschappelijk onderzoek voortkomt, kan sneller worden toegepast in de praktijk. Andersom is er een bredere praktijk van waaruit onderzoeksvragen zullen ontstaan. Ook biedt het Academisch Centrum voor Epileptologie een bijzondere werkplek binnen de opleiding tot neuroloog. Dit kan meer artsen–in-opleiding er toe aan zetten zich te specialiseren in epilepsie; dat is nog steeds nodig.”

Geen praktische gevolgen voor patiënten
De oprichting van het Academisch Centrum voor Epileptologie maakt dat epilepsiepatiënten die bij Kempenhaeghe onder behandeling zijn, nu bij dit nieuwe centrum onder behandeling komen. Daarover ontvangen patiënten en verwijzers binnenkort ook persoonlijk bericht. De ‘overgang’ heeft voor patiënten echter geen praktische gevolgen: zij behouden hun huidige behandelaar(s) en zij blijven de (poli)kliniek die zij tot nu toe hebben bezocht bezoeken. Alle locaties van de (poli)klinieken blijven bestaan en alle aan het epilepsiecentrum van Kempenhaeghe verbonden neurologen behoren nu – samen met de in epilepsie gespecialiseerde collega’s in Maastricht - tot de staf van het Academisch Centrum voor Epileptologie. De geleverde zorg blijft op dezelfde wijze vergoed. Onder ‘Veel gestelde vragen’ op deze website staat meer achtergrondinformatie over het Academisch Centrum voor Epileptologie.

Het nieuwe Academisch Centrum voor Epileptologie past in het streven van overheid, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen naar een evenwicht tussen aan de ene kant specialistische zorg en aan de andere kant de bereikbaarheid van die zorg qua reisafstand voor patiënten.

Voor meer informatie over het Maastricht UMC+ verwijzen wij u naar www.mumc.nl.

 

Formele ondertekening samenwerkingsovereenkomst nieuw Academisch Centrum voor Epileptologie

Lees meer...

Ir. N. Bomer, voorzitter raad van bestuur Kempenhaeghe  en  drs. G.J.H.C.M. Peeters, voorzitter raad van bestuur Maastricht UMC+

Op 17 maart ondertekenden ir. N. Bomer en drs. G. Peeters de formele samenwerkingsovereenkomst van het Academisch Centrum voor Epileptologie.

Het Academisch Centrum voor Epileptologie (ACE) is het nieuwe samenwerkingsverband tussen Kempenhaeghe en het Maastricht UMC+ dat op 1 januari 2014 is gestart. Een uniek centrum dat leidend wil zijn in de gespecialiseerde epilepsiezorg. Het doel van de samenwerking is diagnostiek en behandeling van epilepsie naar een hoger plan te tillen om zodoende de nog steeds grote groep van kinderen en volwassenen met een moeilijk te behandelen vorm van epilepsie verder te kunnen helpen. Voor de patiënten heeft de overgang naar het nieuwe centrum geen praktische gevolgen, zij behouden hun huidige behandelaar en blijven dezelfde polikliniek bezoeken.

 

Dokter Ruttenpark straatnaam nieuwe wijk Providentia

Lees meer...

 

Afgelopen week is door burgemeester Verhoeven van de gemeente Heeze-Leende en door de raad van bestuur van Kempenhaeghe het straatnaambord 'Dokter Ruttenpark' overhandigd aan de inmiddels 101-jarige dokter Rutten. 'Dokter Ruttenpark' wordt de straatnaam van de weg rondom het groene hart van de nieuwe wijk op Providentia in Sterksel. Dokter Rutten was de eerste geneesheer-directeur van Kempenhaeghe/Providentia in de periode 1942 - 1978.

Kempenhaeghe steunt initiatief van SEIN in kader van Europese Epilepsiedag

Lees meer...

Kempenhaeghe ondersteunt het initiatief van het collegainstituut SEIN om ter gelegenheid van de Europese Epilepsiedag dit jaar stil te staan bij epilepsie en de ernst en impact ervan. SEIN vraagt met name aandacht voor SUDEP (Sudden Unexpected Death in Epilepsie). SUDEP verwijst naar het plotselinge overlijden van iemand met een moeilijk behandelbare vorm van epilepsie waarbij ondanks uitgebreid aanvullend onderzoek geen oorzaak voor overlijden wordt vastgesteld.

Prof. dr. Johan Arends, neuroloog bij het Academisch Centrum Epileptologie van Kempenhaeghe/Maastricht UMC+ en deeltijdhoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) stelt: “Onderzoek en innovatie van Kempenhaeghe en de TU/e, waaraan ook SEIN en UMC Utrecht meedoen, richt zich op methodes om (nachtelijke) epilepsieaanvallen te herkennen. Dat is vooral van belang omdat patiënten met bepaalde moeilijk behandelbare vormen van (nachtelijke) epilepsie onverwacht kunnen overlijden tijdens hun slaap. Betrouwbare detectie kan die onverwachte sterfte verminderen en de zelfstandigheid en het gevoel van veiligheid van patiënten vergroten. We zijn een heel eind op de rit. Ons onderzoek naar aanvalsdetectie heeft een goed fundament. Er zijn al verbeteringen doorgevoerd en binnen een aantal jaren hopen we het systeem op de markt te kunnen brengen.”

 

Zie hieronder het bericht van collega-instituut SEIN:

Heb hart voor epilepsie!
Op maandag 10 februari 2014 was het het Europese Epilepsie Dag (EED). Op deze dag werd wereldwijd stilgestaan bij epilepsie en de ernst en impact ervan. Dit jaar besteedt SEIN extra aandacht aan het plotselinge overlijden bij epilepsie.                  

Meer aandacht voor overlijden bij epilepsie
Nederland telt zo'n 80.000 mensen met epilepsie. Wereldwijd is de schatting zo’n 60 miljoen. Wetenschappers van SEIN doen al jaren onderzoek naar de oorzaken van epilepsie. Een van de pijlers van wetenschappelijk onderzoek bij SEIN is Sudden Unexpected Death in Epilepsie (SUDEP). SUDEP verwijst naar het plotselinge overlijden van iemand met epilepsie waarbij ondanks uitgebreid aanvullend onderzoek geen doodsoorzaak wordt vastgesteld. SUDEP treft vooral mensen met een moeilijk behandelbare epilepsie. Om SUDEP bekendheid te geven heeft SEIN het initiatief genomen om met epilepsiecentra, beroepsverenigingen en patiëntenorganisaties gezamenlijk voorlichtingsmateriaal te ontwikkelen en te starten met een register om beter zicht te krijgen in het probleem. SUDEP is een van de pijlers van het wetenschappelijk onderzoek bij SEIN. Het onderzoek bij SEIN richt zich op het beter begrijpen van de gevolgen van epileptische aanvallen.

Heb hart voor epilepsie
Wereldwijd staat het plotselinge overlijden meer en meer in de belangstelling. U kunt meehelpen epilepsie onder de aandacht te brengen! Kijk daarvoor op de website van SEIN voor de ‘heb hart voor epilepsie’ actie.

             

Zie ook www.sein.nl/eed

Vierde Europese Epilepsie Dag
Europese Epilepsie Dag is een initiatief van het International Bureau for Epilepsy en het International League Against Epilepsy en werd gelanceerd op 14 februari 2011. Op 14 februari is het Valentijnsdag, St. Valentijn is de beschermheilige van epilepsie. De Europese Epilepsiedag wordt jaarlijks gehouden op de tweede maandag van februari. Het internationale thema is dit jaar: Epilepsy is more than seizures (epilepsie is meer dan aanvallen alleen).

Opening nieuwbouw De Berkenschutse: bijzondere leerlingen, bijzonder gebouw

Lees meer...

 

De nieuwbouw van De Berkenschutse, schoolgebouw havo/vwo op het terrein van Kempenhaeghe Heeze is gereed. Op woensdag 19 februari vond de officiële opening plaats.

Binnen de nieuwe wet passend onderwijs zijn sommige leerlingen afhankelijk van speciaal onderwijs. Sinds tien jaar is er in het voortgezet speciaal onderwijs een sterke groei van het aantal leerlingen met een autisme spectrum stoornis. Deze leerlingen hebben bijzondere aanpassingen nodig om onderwijs te kunnen volgen. Veel van hen zijn hypersensitief voor omgevingsprikkels. In het nieuwe havo/vwo-schoolgebouw heeft De Berkenschutse speciale voorzieningen gecreëerd voor deze doelgroep leerlingen.

Veel suggesties die leerlingen zelf hebben aangereikt, zijn verwezenlijkt. Leerlingen hebben soms ook daadwerkelijk meegeholpen bij de realisatie van het gebouw, zoals het leggen van betonnen vloerplaten, het verlijmen van kalkstenen of het bepalen van kleurstellingen. De Berkenschutse is trots op het resultaat. Zij wenst de leerlingen en leerkrachten veel leerplezier toe in een prettige leeromgeving.

 

Erwin Koeman en dochter Wendy bij RTL late night over epilepsie en ervaringen Kempenhaeghe

Lees meer...

Tijdens de Europese Epilepsiedag waren Erwin Koeman en dochter Wendy te gast bij RTL Late Night. Daarin vertelden zij openhartig over de epilepsie van Wendy, wat voor gevolgen dat heeft voor haar leven en de positieve ervaringen met de school De Berkenschutse en Kempenhaeghe.

Aflevering bekijken? http://www.youtube.com/watch?v=pkVlARfSvJQ

 

Het effect van epilepsie op de hersenen; intreerede prof. dr. A. Aldenkamp, deeltijdhoogleraar TUe

Lees meer...

Epilepsie is de meest voorkomende, ernstige neurologische aandoening. Bij ongeveer een derde van de patiënten ontwikkelt zich een chronische vorm van epilepsie, een aandoening die zich levenslang kan uiten, van de vroege kindertijd tot aan de ouderdom. Het ernstigste gevolg van chronische epilepsie betreft de aantasting van de cognitie, waarbij dit proces soms kenmerken vertoont van neurodegeneratie. Met behulp van verschillende MRI-technieken is het mogelijk te onderzoeken welke processen in de hersenen hiervoor verantwoordelijk zijn en met welke biomarkers dit vroegtijdig te onderkennen is. Deze kennis is van belang voor epilepsie maar eveneens voor andere neurologische aandoeningen en zelfs voor het begrijpen van ‘the ageing brain’. Van groot belang hierbij is de recente vaststelling dat de hersenen georganiseerd zijn middels netwerken en dat veel neurologische aandoeningen (waaronder epilepsie) gezien kunnen worden als netwerkaandoeningen.

Prof. dr. Albert P. Aldenkamp is per 1 maart 2013 benoemd tot deeltijdhoogleraar ‘Cognition and Imaging in Epilepsy’ aan de faculteit Electrical Engineering van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Op 31 januari 2014 sprak hij zijn intreerede uit met als titel: ‘…. en weer ligt het net eruit….; het effect van epilepsie op de hersenen.’ Professor Aldenkamp vervult deze leerstoel naast zijn functies in Kempenhaeghe en zijn posities als hoogleraar in Maastricht Universitair Medisch Centrum en het Universitair Ziekenhuis Gent.

In maart 2011 formaliseerden Kempenhaeghe en de TU/e een strategisch samenwerkingsverband op het gebied van onderzoek en innovatie. De samenwerking is georganiseerd rond drie programmalijnen: epilepsie, slaapstoornissen en neurocognitieve aandoeningen. Tegenoover deze programmalijnen staan drie technologielijnen: niet-invansieve patiëntvriendelijke monitoringtechnieken, beeldanalyse en ICT voor extramurale zorg. Het ambitieuze gezamenlijk onderzoeksprogramma krijgt concrete invulling dankzij subsidies en vergroting van het netwerk.