Onderzoek naar epilepsieaanvallen
Epilepsie geldt in de algemene neurologische praktijk als een frequent voorkomende aandoening die doorgaans relatief eenvoudig is te diagnostiseren en vervolgens goed behandelbaar is met anti-epileptica.
Bij kinderen en volwassen die in Kempenhaeghe worden gezien voor diagnostiek is meer duidelijkheid nodig over de aanvallen. Qua oorzaak, qua kwalificatie, omdat de ingezette behandeling niet voldoet of omdat er bijkomende problemen zijn zoals leer-, gedrags- en/of sociaal-emotionele problematiek. Voor zowel kinderen als voor volwassenen kent Kempenhaeghe doelgroepgerichte modules waarin de bijkomende vragen en de mogelijke samenhang ervan met de epilepsie onderwerp van onderzoek zijn.
De uitkomsten van de diagnostiek vormen de basis voor advies over behandeling en begeleiding. Daarin worden (resterende) onderwijs- en/of beroeps-mogelijkheden meegenomen. Vervolgstappen in behandeling en begeleiding kunnen binnen of buiten Kempenhaeghe worden gezet.
Gespecialiseerd vormen epilepsieonderzoek
Kempenhaeghe beschikt - veelal in eigen huis - over hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten die ook in combinatie worden toegepast. Voorbeelden van gespecialiseerde onderzoeken zijn:
Aanvalsregistratie met videomonitoring
Bij dit type onderzoek verblijft de patiënt samen met enkele medepatiënten in een monitoringsruimte, een soort huiskamer waar continu het EEG – eventueel een polygrafie - van de patiënt wordt geregistreerd. Tegelijkertijd worden video-opnamen gemaakt om de klinische verschijnselen van een aanval vast te leggen. Ook ’s nachts loopt de registratie door. De registratie dient ofwel ter bepaling de diagnose of maakt deel uit van het traject dat nodig is om te onderzoeken of een patiënt in aanmerking komt voor epilepsiechirurgie. Daar waar het normaliter het doel is epileptische aanvallen te beperken, is het tijdens de aanvalsregistratie juist de bedoeling om aanvallen op te wekken. Dat kan door tijdelijke afbouw van medicatie, slaapdeprivatie, een lichtflitsprogramma, ademhalingsoefeningen of lichamelijke inspanning. De duur van de aanvalsregistratie met videomonitoring wordt tijdens het onderzoek vastgesteld en is afhankelijk van het aantal aanvallen dat optreedt. Mogelijk wordt de patiënt al één of enkel dagen voorafgaand aan de aanvalsregistratie opgenomen om de benodigde afbouw van de medicatie te starten.
Meer informatie via A. Colon, neuroloog / klinisch neurofysioloog (locatie Heeze); L. Wagner neuroloog / klinisch neurofysioloog (locatie Oosterhout).
EEG - psychologisch onderzoek (EEG-PO)
Aanvalsdetectie
Als regulier klinisch neurofysiologisch onderzoek en observatie niet adequaat blijken om inzicht te krijgen in de hoeveelheid en de aard van de epilepsieaanvallen, kan aanvalsdetectie dit mogelijk geven. Aanvalsdetectie is te overwegen voor patiënten met een ernstig aanvalsbeeld en bijkomende morbiditeit zoals mentale retardatie.
Bovendien is er een vermoeden dat de patiënt meer (ook nachtelijke) aanvallen doormaakt dan dat er zijn waargenomen. Aanvalsdetectie heeft tot doel meer inzicht te krijgen in het type aanval en de behandeling en/of bewaking van de patiënt te optimaliseren.
Tijdens een vijfdaagse opname vinden diverse metingen plaats zoals (ambulant) EEG-onderzoek, bewegingsmeting, hartslagdetectie, video-observatie en detectie van beweging of vocht.
Vooralsnog bij wijze van uitzondering en afhankelijk van de benodigde metingen biedt Kempenhaeghe aanvalsdetectie ook extramuraal aan.
Meer informatie via dr. J. Arends, neuroloog / klinisch neurofysioloog.
Event-detectie
Event-detectie heeft tot doel meer zicht te krijgen op de omstandigheden waaronder nachtelijke aanvallen of voor het oog moeilijk waarneembare aanvallen optreden èn in de impact van die aanvallen. Dit moet leiden tot een betere herkenning van en inzicht in (levensbedreigende) complicaties van aanvallen. Event-detectie is niet zinvol bij een lage frequentie van aanvallen.
Tijdens een opname van één tot drie weken vinden onder meer video-observatie, bewegingsmeting, hartslagdetectie en zuurstofsaturatie plaats.
Meer informatie via dr. J. Arends, neuroloog / klinisch neurofysioloog.
MEG
MEG staat voor (Magneto-Encefalo-Gram) en registreert via magnetische golven hersenactiviteit. MEG is als zodanig een verfijning van EEG (Elektro-Encefalo-Gram). De MEG-meting gebeurt in een speciale afgeschermde kamer. Het MEG-apparaat is een ‘grote helm’, waarin zich de sensoren bevinden die de magnetische signalen van de actieve hersencellen oppikken. Het is vaak niet eens nodig om contact te maken tussen het hoofd en de meetapparatuur.
Toepassing van MEG-registratie is tot op dit moment vooral beperkt tot wetenschappelijk onderzoek. Kempenhaeghe stelt zich ten doel de MEG-registratie in de routine-zorg op te nemen.
Structurele MRI
Structurele MRI is in Kempenhaeghe gericht op het maken van afbeeldingen van de anatomische structuur van de hersenen. Structurele MRI draagt bij aan het opsporen van mogelijk oorzakelijke factor(en) van epilepsie. Afwijkingen of veranderingen daarin kunnen oorzaak (of gevolg) van de epilepsie zijn.
Meer informatie via dr. R. Lazeron, neuroloog (locatie Heeze)
Diffusie gewogen MRI (DWI)
Diffusie gewogen MR beeldvorming (diffusion weighted imaging) is een MR-techniek waarbij wordt gekeken maar naar de thermodynamische beweging van watermoleculen. Dit is van waarde voor verdere differentiatie in de diagnostiek. Diffusie-gewogen MRI maakt het mogelijk om op een niet-invasieve wijze microstructurele veranderingen in weefselarchitectuur zichtbaar te maken. Dit verhoogt de kans op het detecteren van subtiele cerebrale afwijkingen die ten grondslag kunnen liggen aan epilepsie. Ook kan hiermee de indicatiestelling voor epilepsiechirurgie worden verbeterd.
Meer informatie via dr. R. Lazeron, neuroloog (locatie Heeze)
MR-spectroscopie (MRS)
MR-spectroscopie is een MR-techniek die in een klein geselecteerd gebied van de hersenen indirect kan weergeven welke stoffen aanwezig zijn en in welke hoeveelheid. De verhouding van bepaalde stofwisselingsproducten geeft informatie over mogelijke afwijkingen.
Meer informatie via dr. R. Lazeron, neuroloog (locatie Heeze)
Functionele MRI (fMRI)
Bij fMRI worden na uitgebreide (statistische) berekeningen hersengebieden geselecteerd die meer zuurstof bevatten. Vaak zijn dit actieve hersengebieden die door overcompensatie van het regulatiesysteem extra zuurstof krijgen. Op niet-invasieve wijze kan zo een beeld worden verkregen van welke hersengebieden actief zijn tijdens allerlei taken (bijvoorbeeld motoriek en cognitieve functies als geheugen, taal en planning) of in rust. Dit kan de neurochirurg behulpzaam zijn bij het plannen van een operatie.
Meer informatie via dr. R. Lazeron, neuroloog (locatie Heeze)
EEG-fMRI
Bij dit type onderzoek worden EEG en fMRI simultaan gemeten. De belangrijkste klinische toepassing is het lokaliseren van een epileptische focus: 64 kanaalsmetingen worden gecombineerd met fMRI om hersengebieden te detecteren waarin het fMRI signaal verandert als gevolg van epileptische pieken in het EEG. Het gecorreleerd meten van EEG en fMRI is een techniek die niet zonder technische problemen is en daarom nog volop in ontwikkeling is. In de toekomst kan EEG/fMRI mogelijk een klinische rol spelen bij slaaponderzoek.
Meer informatie via dr. R. Lazeron, neuroloog (locatie Heeze); dr. P. Ossenblok, medisch fysicus (locatie Heeze)
MRI onder narcose
Als de patiënt - bijvoorbeeld een jong kind of iemand met een verstandelijke beperking - niet in staat is om gedurende de onderzoekstijd van vaak zo'n 40 minuten stil te liggen in de MRI-scanner, kan het toedienen van een narcose de uitvoering van het onderzoek toch mogelijk maken.
Meer informatie via dr. R. Lazeron, neuroloog (locatie Heeze)
Verpleegkundige observatie
Observatie kan zinvol zijn als er onvoldoende duidelijkheid is over de aard en over het effect van de aanvallen op het functioneren van de patiënt. Voor observatie is een opname nodig, veelal een periode van twee tot vier weken. Tijdens de observatie wordt gebruik gemaakt van onder meer (verpleegkundige) anamnese, observatielijsten, videoregistratie, aanvalsbeschrijving, aanvalskalender en gesprekken met de hoofdbehandelaar(s). Ernstige gedragproblemen kunnen een opname voor observatie in de weg staan.
Meer informatie via alle neurologen.
Doelgroepgerichte modules
In de doelgroepgerichte programma’s is de multidisciplinaire benadering wezenlijk. Onderzoeken worden binnen een vastgesteld tijdspad ingepland en sluiten op elkaar aan.Epilepsie bij schoolgaande kinderen
Schoolgaande kinderen met een vermoeden op epilepsie, een cerebrale ontwikkelingsstoornis en/of een neurologische leerstoornis - of een al gestelde diagnose daarvan - worden altijd gezien door een multidisciplinair team. De epilepsie, de - onderliggende - (gedrags)neurologische aandoening en/of de medicatie kunnen namelijk invloed hebben op de cognitieve ontwikkeling en het gedrag van het kind.
Het multidisciplinair team kan bestaan uit een (kinder)neuroloog, een klinisch neurofysioloog, een psycholoog en/of orthopedagoog, een maatschappelijk werker, een verpleegkundige, een paramedicus en een ambulant begeleider van het aan Kempenhaeghe gelieerd onderwijscentrum. De neuroloog is de hoofdbehandelaar.
Nadere diagnose en analyse van de samenhang tussen de epilepsie, de cerebrale ontwikkelingsstoornis en/of andere neurologische aandoeningen, gedrags-, sociaal-emotionele, motorische en/of cognitieve problemen en/of autismespectrumproblematiek vindt als dat kan poliklinisch plaats. Veelal wordt een korte opname gepland zodat benodigde onderzoeken in een korte tijdspanne kunnen plaatsvinden. Een ouder kan het kind tijdens de opname vergezellen (rooming-in).
Toe te passen onderzoeksmethoden kunnen zijn: neurologisch onderzoek, klinisch neurofysiologisch onderzoek in combinatie met (simultaan) (neuro)psychologisch onderzoek en/of videomonitoring, beeldvormend onderzoek (3Tesla MRI), pedagogisch onderzoek, didactisch onderzoek, verpleegkundige observatie, laboratoriumonderzoek, paramedisch onderzoek, en herbeoordeling van elders verrichte EEG-registraties.
Het team geeft advies over (medicamenteuze) behandeling, (psychologische) begeleiding en/of onderwijskundige ondersteuning van het kind. Ook als behandeling niet wordt voortgezet in Kempenhaeghe kan onderwijskundige ondersteuning worden geboden.
De aanpak is niet geschikt voor kinderen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek.
Meer informatie via dr. M. Debije, neuroloog; dr. A de Louw, neuroloog (locatie Heeze); D. de Jong, neuroloog (locatie Oosterhout).
Epilepsie bij kinderen met een ontwikkelingsstagnatie
Een multidisciplinair team van een (kinder)neuroloog, een GZ-psycholoog, een maatschappelijk werker, een kinderfysiotherapeut, een logopedist, een verpleegkundig specialist en op indicatie een klinisch neurofysioloog, een kinderarts, een revalidatiearts, een kinder- en jeugdpsychiater, een slaapgeneeskundige, een ergotherapeut, een diëtiste, en een ambulant begeleider van het aan Kempenhaeghe gelieerde onderwijscentrum ziet kinderen met (een vermoeden van) epilepsie en een stagnerende cognitieve en/of motorische ontwikkeling of probleemgedrag. Vaak, maar niet altijd, is er bij het kind al sprake van een verstandelijke beperking. De hoofdbehandelaar is de (kinder)neuroloog.
Doel van onderzoek is te bepalen of er bij het kind sprake is van epilepsie. Is dat het geval dan richt de diagnostiek zich op een nauwkeuriger epilepsiediagnose en op de diagnose van de mogelijk onderliggende neurologische aandoening. De behandeling is gericht op verbetering van de aanvalscontrole en de eventueel gelieerde problematiek op het gebied van ontwikkeling, leren en gedrag. Het team geeft advies over behandeling op alle relevante probleemgebieden (meestal in nauwe samenwerking met behandelaars buiten Kempenhaeghe), woonbegeleiding, onderwijskundige ondersteuning en/of dagbesteding van het kind.
Afhankelijk van de zorgvraag vindt diagnostiek poliklinisch of klinisch plaats. Naar gelang de zorgvraag wordt een combinatie van onderzoeken verricht: kinderneurologisch onderzoek, klinisch neurofysiologisch onderzoek in combinatie met (neuro)psychologisch onderzoek en/of videomonitoring, verpleegkundige observatie, laboratoriumonderzoek, fysiotherapeutisch onderzoek, logopedisch onderzoek, beeldvormend onderzoek (3Tesla MRI), klinisch-genetisch onderzoek.
Meer informatie via dr. B Gunning, neuroloog en kinder- en jeugdpsychiater, M. Veendrick AVG-arts.
Epilepsie en verstandelijke beperking bij volwassenen
Van de mensen met een verstandelijke beperking heeft ruim een kwart epilepsie. Naarmate de verstandelijke beperking ernstiger is, neemt de kans op (een moeilijk behandelbare) epilepsie toe. Het multidisciplinair team van een neuroloog, arts voor mensen met een verstandelijke beperking (AVG-arts), orthopedagoog, slaapgeneeskundige, epilepsie- verpleegkundige en eventueel een paramedicus, ziet patiënten vanaf 18 jaar met een verstandelijke beperking en (een vermoeden van) epilepsie. Het kan gaan om mensen die in een instelling verblijven, mensen die thuis wonen en mensen die begeleid zelfstandig wonen.
De onderzoeksactiviteiten kunnen bestaan uit anamnese van aanvallen, van medicatie (ook de niet-anti-epileptica), van somatische en gedragsproblemen en van de verstandelijke ontwikkeling, het maken van een aanvalsbeschrijving en het bepalen van de aanvalsclassificatie, (gedrags)observatie eventueel met behulp van video, klinisch neurofysiologisch onderzoek, somatisch onderzoek, neurologisch onderzoek, laboratoriumonderzoek, beeldvorming (3Tesla MRI, eventueel onder narcose), etiologie, epilepsiesyndroomdiagnose, diagnostiek psychopathologie/ psychiatrisch onderzoek, slaaponderzoek en herbeoordeling van (elders) verricht onderzoek. Afhankelijk van de zorgvraag biedt Kempenhaeghe de dienstverlening poliklinisch, klinisch of extramuraal aan.
In het advies over (medicamenteuze) behandeling speelt de balans tussen aanvalsvrijheid en kwaliteit van leven van de verstandelijke gehandicapte altijd een rol. Advies over (woon)begeleiding en/of daginvulling van de patiënt is bovendien een belangrijke meerwaarde. Kempenhaeghe boogt daarbij op jarenlang opgebouwde expertise en praktische ervaring met het bieden van zorg en begeleiding op maat voor (jong)volwassenen met epilepsie en een verstandelijke beperking.
Meer informatie via dr. G. van Erp, neuroloog; M. Veendrick AVG-arts (locatie Heeze); G.Graveland, neuroloog (locatie Oosterhout).
Epilepsie bij volwassenen
Een multidisciplinair team van een neuroloog, psycholoog en maatschappelijk werker verhelderen de samenhang tussen de epilepsie en eventuele gedrags-, sociaal-emotionele, pedagogische, arbeids- en/of relatieproblemen van een patiënt. Afhankelijk van de problematiek vinden onderzoeken poliklinisch of tijdens een opname plaats. Als dat van toepassing is, verwijst het team de patient intern door naar een specifiek (begeleidings)programma.
Meer informatie via alle neurologen.
