Eerste hulp bij epilepsie-aanvallenAdviezen bij slaapproblemen
Lees voor

Werkgroep Richtlijnen Epilepsie

De ĎRichtlijnen voor de diagnostiek en behandeling van epilepsieí van de Werkgroep Richtlijnen Epilepsie (zie herziene tweede versie, januari 2006, 40-41) met daarin vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie, Nederlandse Liga tegen Epilepsie en het Nationaal Epilepsie Fonds gaan in op de vraag wanneer verwijzing naar een gespecialiseerd epilepsiecentrum aan de orde is. 

Kempenhaeghe ondersteunt het in de richtlijnen gestelde:
 
  • "Bij twijfel aan de diagnose epilepsie dient men verwijzing voor aanvullende diagnostiek in overweging te nemen.
  • Wanneer er sprake is van bijkomende problemen zoals psychiatrische stoornissen, leer- en gedragsproblemen of sociale problematiek, dient men verwijzing naar een derdelijnsvoorziening te overwegen.
  • Wanneer de kans op het ontstaan van psychosociale problematiek groot is, kan vroegtijdige verwijzing voor psychosociale begeleiding zinvol zijn.
  • Indien de bijkomende problematiek bestaat uit een verstandelijke handicap, is het mogelijk een langdurige opname aan te vragen via het Centraal Indicatieorgaan Zorg of via een epilepsiecentrum. Hierbij wordt epilepsiebehandeling gecombineerd met de woonfunctie.
  • Wanneer een patiŽnt niet binnen twee jaar aanvalsvrij is of wanneer drie anti-epileptica hebben gefaald, dient men verwijzing naar een derdelijninstelling te overwegen."
 
Verder wordt opgemerkt in de richtlijn: 

ďBij 20-30% van de patiŽnten blijkt de epilepsie moeilijk instelbaar te zijn (Klasse III (153)). Bij al deze patiŽnten dient men zich af te vragen of de diagnose epilepsie klopt, of de classificatie van de epilepsieaanvallen of het epilepsiesyndroom juist is, of de patiŽnt optimaal medicamenteus behandeld is geweest en of hij/zij in aanmerking komt voor epilepsiechirurgie (Klasse III (213, 215,333)). Ongeveer 5% van de farmacoresistente patiŽnten komt in aanmerkingvoor epilepsiechirurgie. Een deel van de patiŽnten dat verwezen wordt voor epilepsiechirurgie, blijkt overigens na evaluatie toch medicamenteus behandelbaar te zijn (Klasse III (334).