Eerste hulp bij epilepsieaanvallen
Bij een epilepsieaanval is het inroepen van medische hulp meestal niet nodig. De aanval houdt binnen enkele minuten vanzelf op. Als algemeen advies geldt:
- Wacht rustig af tot de epileptische aanval voorbij is.
- Haal objecten weg waaraan de patiënt zich kan bezeren bij wilde bewegingen.
- Stop bij een patiënt die heftige bewegingen maakt nooit iets in de mond. U kunt een tongbeet niet voorkomen.
- Probeer niet bewegingen ‘in bedwang’ te houden. U kunt de patiënt en uzelf bezeren.
- Leg eventueel een deken of jasje onder iemands hoofd en maak knellende kleding los.
- Door de patiënt in de stabiele zijligging te leggen, met het hoofd iets naar achteren, voorkomt u dat er speeksel in de luchtpijp komt.
Houdt de tijdsduur van de aanval in de gaten!
- Wanneer een aanval langer duurt dan vijf minuten of als de ene aanval overgaat in de andere, roep dan de hulp in van een arts (112).
- Dan is het nodig een medicijn te geven dat de aanval stopt: een rectiole, een tubetje met een vloeibaar medicijn dat via de anus (door een leek) kan worden toegediend.
- Zoek naar een medische informatiekaart, een SOS-bandje of het medicijn.
Na een hevige aanval komt de ademhaling vanzelf weer op gang. Na een zware aanval kan de patiënt verward zijn; hij of zij heeft meestal behoefte aan rust.