Eerste hulp bij epilepsie-aanvallenAdviezen bij slaapproblemen

Overige onderzoeksprojecten



Coördinator:
dr. H.J.M. Majoie

Onderzoeksprojecten binnen deze groep:

Kosten-effectiviteitsstudie van ketogeen dieet bij kinderen met refractaire epilepsie: een gerandomiseerde gecontroleerde studie (KOEK-studie)

Lees meer...

Kosten-effectiviteitsstudie van ketogeen dieet bij kinderen met refractaire epilepsie: een gerandomiseerde gecontroleerde studie (KOEK-studie)

Vraagstelling
1. Wat zijn de effecten van het ketogeen dieet (KD) als behandeling voor kinderen met therapieresistente epilepsie vergeleken met de gebruikelijke zorg (aanvalsfrequentie, aanvalsernst, bijwerkingen, psychosociaal functioneren, kwaliteit van leven)?
2. Wat zijn de kosten van het KD vergeleken met de gebruikelijke zorg?

Toelichting
Het KD wordt sinds 1920 gebruikt als behandeling van therapieresistente epilepsie bij kinderen. Bij gebruik van het KD worden ketonen in plaats van koolhydraten als voornaamste energiebron gebruikt. Als het dieet effectief is kan het twee tot drie jaar worden gevolgd. Er bestaan drie varianten van het dieet: 1) Medium Chain Triglyceride (MCT) -dieet, 2) de klassieke vorm van het dieet en 3) een mengvorm. Het MTC-dieet bevat 71 energieprocent vetten, 19 energieprocent koolhydraten en 10 energieprocent eiwitten. Het bevat naast normale voedingsmiddelen ook een speciale vetemulsie. Deze vetemulsie bevat middellange ketenvetzuren die niet voorkomen in normale voedingsmiddelen. De klassieke vorm van het dieet heeft als hoofdbestanddeel vet (90 energieprocent) en een klein deel eiwit en koolhydraten (samen 10 energieprocent). Hierin worden alleen de normale voedingsmiddelen gebruikt.

Literatuurgegevens over de effectiviteit van het KD zijn variabel en mede afhankelijk van de follow-up termijn. Tussen de verschillende studies loopt de effectiviteit uiteen van 44 tot 92 %. Aanvalsvrijheid wisselt van 7 tot 43 %. Eén jaar na start van het dieet volgt gemiddeld nog 50 % het dieet. Over het effect meerdere jaren na afbouw zijn weinig gestructureerde gegevens beschikbaar. Een gunstig effect kan na beëindiging van het dieet aanhouden. Het is niet duidelijk hoe dit komt.
Kempenhaeghe start in samenwerking met het ErasmusMC en met het UMCU een gerandomiseerde gecontroleerde studie naar de effecten van het KD bij kinderen met refractaire epilepsie. Tevens vindt een economische evaluatie plaats: zowel een kosteneffectiviteitsanalyse als een kostenutiliteitsanalyse, waarbij gebruik wordt gemaakt van gegevens die uit de studie komen. Daarnaast wordt een model ontwikkeld voor het doorrekenen van de de kosten en effecten op de lange termijn (levenslang).
Dit project wordt mede gefinancierd vanuit ZonMW.

Status
Dit project start in 2010.

Medewerkers
drs. D.A.J.E. Lambrechts, dr. H.J.M. Majoie (coördinatie), prof. dr. A.P. Aldenkamp, dr. J. Hendriksen, prof. dr. P.A.J.M. Boon, C. Jansen, C. Troost, dr. P. Verschuure, dr. ir. J.A.R.J. Hulsman, A.J. Broekman, dr. W.B. Gunning, drs. G.A. Graveland en M.L. Roberts
Universiteit Maastricht: dr. S.M.A.A. Evers, drs. R van Delft en drs. M. Bovens
Maastricht Universitair Medisch Centrum: ir. A.G.H. Kessels
ErasmusMC: prof. dr. W.F. Arts en E. van der Louw
UMCU: prof. dr. O. van Nieuwenhuizen en T. van den Hurk
Overige: T. Smit en dr. D. Helvoort Postuma

Bevorderen van zelfmanagementgedrag bij personen met refractaire epilepsie

Lees meer...

Bevorderen van zelfmanagementgedrag bij personen met refractaire epilepsie

Vraagstelling
Wat is het effect van zelfmanagementgedrag op aanvallen?
Wat is het effect van zelfmanagementgedrag op kwaliteit van leven?
Er zal een kosteneffectiviteitsanalyse van zelfmanagement bij patiënten met refractaire epilepsie worden uitgevoerd. Daarnaast vindt een procesevaluatie plaats. Tevens zal gekeken worden of de verwachtingen die patiënt over dit programma heeft, ook worden waargemaakt.

Toelichting
Tertiaire preventie is gericht op het voorkomen van complicaties en ziekteverergering. Het gaat erom mensen bij wie een ziekte is vastgesteld, zelfredzamer te maken. Gezondheidsbevordering is een sleutelwoord als het gaat om preventie. Het bevorderen van de gezondheid heeft te maken met gedrag (zelfmanagementgedrag). Gedrag dat moet leiden tot een betere gezondheid (kwaliteit van leven).

De probleemanalyse omvat de analyse van: kwaliteit van leven (stap 1), gezondheid (stap 2) en de analyse van gedrag en omgeving (stap 3). Daarna (stap 4) wordt gekeken naar de determinanten van gedrags- en omgevingsfactoren. Hierbij worden drie typen determinanten onderscheiden:
- predisposing factors: kennis, attitudes, opvattingen en waarden
- reinforcing factors: opvattingen en gedrag van anderen, met name familie, vrienden, professionals
- enabling factors: vaardigheden, toegankelijkheid van voorzieningen en reguleringen.
De vijfde stap is de vraag, hoe de determinanten kunnen worden beïnvloed door middel van gezondheidsbevordering. Daarbij wordt gekeken naar de bijdrage van gezondheidsvoorlichting en naar andere middelen, zoals bijvoorbeeld regulering en het organiseren van voorzieningen. Hier gaat het dus om de keuze van interventies. In stap 6 gaat het om de uitvoering van die interventies. Daarna wordt er teruggegaan naar het uitgangspunt van het model met een drietal evaluatievragen.

Status
Het project wordt in 2010 opgestart.

Medewerkers
L.A.M. Leenen, dr. H.J.M. Majoie (coördinatie) en prof.dr. A.P. Aldenkamp
Universiteit Maastricht, faculteit gezondheidswetenschappen: dr. S.M.A.A. Evers