Onderzoeksgroep neuromodulatie en epilepsie
De onderzoeksgroep neuromodulatie en epilepsie kent verschillende aandachtsgebieden (1) klinische effecten van neurostimulatie, (2) effecten van neurostimulatie op de plasticiteit van de hersenen, neurotransmitters, immuunsysteem en endocrine netwerken gerelateerd aan epilepsie, stemming, gedrag, en cognitieve functies en (3) modulatie neuro-immuno-endocrine netwerken en het effect op epilepsie, cognitie, en stemming. Samenwerking vindt plaats met School for Mental Health and Neuroscience (MHeNS), Universiteit Maastricht. Voor klinisch onderzoek ligt de nadruk op Kempenhaeghe, voor pre-klinisch onderzoek in het instituut MHeNSCoördinator:
dr. H.J.M. Majoie
Onderzoeksprojecten binnen deze groep:
VNS Basics studie
Lees meer...
VNS Basics studie
Vraagstelling
1. De effectiviteit en tolerabiliteit van NVS bij kinderen met refractaire epilepsie en leer- en gedragsproblemen.
2. De nervus vagus wordt gezien als één van de mediatoren die de communicatie tussen hersenen en immuunsysteem mogelijk maakt. Wat is de impact van NVS op het immuunsysteem en (indirect) op het serotonine-metabolisme?
Toelichting
Uit pre-klinisch onderzoek blijkt dat het werkingsmechanisme van NVS voortvloeit uit de modulatie van drie verschillende neuronale netwerken: het neurotransmittersysteem, het immuunsysteem en het endocrine systeem. Uit gecontroleerde studies bij volwassenen blijkt dat NVS een effectieve behandeling kan zijn voor farmacotherapieresistente epilepsie. Uit observationele studies bij kinderen blijkt dat het effect op kinderleeftijd mogelijk positiever is dan op volwassen leeftijd. Er zijn echter geen vergelijkende gegevens uit gecontroleerde studies beschikbaar. De VNS Basics studie is de eerste gecontroleerde NVS-studie bij kinderen met een therapieresistente epilepsie.
Status
Eind 2009 hebben de laatste patiëntjes de studie doorlopen. Begin 2010 wordt gestart met data analyse.
Medewerkers
Kempenhaeghe: dr. H.J.M. Majoie (coördinatie), prof. dr. A.P. Aldenkamp, dr. J. Hendriksen, dr. ir. J.A.R.J. Hulsman, dr. P Verschuure, L.A.M. Leenen en A.J. Broekman;
Maastricht Universitair Medisch Centrum: drs. K Rijkers, dr. M.W. Berfelo, drs. E. Cornips, J.W. Weber, dr. J. Nicolai, prof.dr. J.S.H. Vles en ir. A.G.H. Kessels
Universiteit Maastricht: drs. M. Aalbers
1. De effectiviteit en tolerabiliteit van NVS bij kinderen met refractaire epilepsie en leer- en gedragsproblemen.
2. De nervus vagus wordt gezien als één van de mediatoren die de communicatie tussen hersenen en immuunsysteem mogelijk maakt. Wat is de impact van NVS op het immuunsysteem en (indirect) op het serotonine-metabolisme?
Toelichting
Uit pre-klinisch onderzoek blijkt dat het werkingsmechanisme van NVS voortvloeit uit de modulatie van drie verschillende neuronale netwerken: het neurotransmittersysteem, het immuunsysteem en het endocrine systeem. Uit gecontroleerde studies bij volwassenen blijkt dat NVS een effectieve behandeling kan zijn voor farmacotherapieresistente epilepsie. Uit observationele studies bij kinderen blijkt dat het effect op kinderleeftijd mogelijk positiever is dan op volwassen leeftijd. Er zijn echter geen vergelijkende gegevens uit gecontroleerde studies beschikbaar. De VNS Basics studie is de eerste gecontroleerde NVS-studie bij kinderen met een therapieresistente epilepsie.
Status
Eind 2009 hebben de laatste patiëntjes de studie doorlopen. Begin 2010 wordt gestart met data analyse.
Medewerkers
Kempenhaeghe: dr. H.J.M. Majoie (coördinatie), prof. dr. A.P. Aldenkamp, dr. J. Hendriksen, dr. ir. J.A.R.J. Hulsman, dr. P Verschuure, L.A.M. Leenen en A.J. Broekman;
Maastricht Universitair Medisch Centrum: drs. K Rijkers, dr. M.W. Berfelo, drs. E. Cornips, J.W. Weber, dr. J. Nicolai, prof.dr. J.S.H. Vles en ir. A.G.H. Kessels
Universiteit Maastricht: drs. M. Aalbers
VNS Mood studie
Lees meer...
VNS Mood studie
Toelichting
Door herhaalde aanvallen ontstaan veranderingen in het immuunsysteem, in neurotransmitter- concentraties en in het endocrine systeem. Deze veranderingen kunnen neurodegeneratieve effecten induceren. Klinisch uit deze neurodegeneratie zich in achteruitgang in cognitie en in stemmingsstoornissen. De VNS Mood studie is een observationele studie naar de effecten van NVS op epilepsie, stemming en cognitie in relatie met verschillende biochemische en immunologische maten.
Status
Eind 2009 hebben de laatste patiënten de studie doorlopen en is gestart met data-analyse. De eerste gegevens zijn ter publicatie aangeboden.
Medewerkers
Kempenhaeghe: dr. H.J.M. Majoie (coördinatie), prof. dr. A.P. Aldenkamp, dr. ir. J.A.R.J. Hulsman, dr. P. Verschuure en A.J. Broekman
Maastricht Universitair Medisch Centrum: drs. K. Rijkers, dr. M.W. Berfelo en ir. A.G.H. Kessels
Universiteit Maastricht: drs. M. van der Heijden
Door herhaalde aanvallen ontstaan veranderingen in het immuunsysteem, in neurotransmitter- concentraties en in het endocrine systeem. Deze veranderingen kunnen neurodegeneratieve effecten induceren. Klinisch uit deze neurodegeneratie zich in achteruitgang in cognitie en in stemmingsstoornissen. De VNS Mood studie is een observationele studie naar de effecten van NVS op epilepsie, stemming en cognitie in relatie met verschillende biochemische en immunologische maten.
Status
Eind 2009 hebben de laatste patiënten de studie doorlopen en is gestart met data-analyse. De eerste gegevens zijn ter publicatie aangeboden.
Medewerkers
Kempenhaeghe: dr. H.J.M. Majoie (coördinatie), prof. dr. A.P. Aldenkamp, dr. ir. J.A.R.J. Hulsman, dr. P. Verschuure en A.J. Broekman
Maastricht Universitair Medisch Centrum: drs. K. Rijkers, dr. M.W. Berfelo en ir. A.G.H. Kessels
Universiteit Maastricht: drs. M. van der Heijden
Auto-immuunaandoeningen bij patiënten met epilepsie
Lees meer...
Auto-immuunaandoeningen bij patiënten met epilepsie
Vraagstelling
1. Bij welke groep epilepsiepatiënten moet er gedacht worden aan auto-immuungenese?
2. Bij positieve anti-lichamen: welke behandeling?
Toelichting
Auto-immuun limbische encephalitis kan een paraneoplastisch of een niet-paraneoplastische oorzaak hebben. Niet-paraneoplastische encephalitis kan een rol spelen bij refractaire epilepsie. Patiënten presenteren zich vaak met cognitieve of psychiatrische symptomen. Bij patiënten met anti-lichamen tegen GAD wordt Diabetes Mellitus type 1 gezien. Anti-epileptica hebben nagenoeg geen effect. Patiënten reageren wel positief op immuuntherapie. Het klinische beeld van patiënten met refractaire epilepsie waarbij anti-lichamen een rol spelen is onduidelijk. Kennis hierover is noodzakelijk omdat immuuntherapie spectaculaire verbetering teweeg kan brengen.
Nb. Deze studie wordt gekoppeld aan een pre-klinische studie: Neuronale netwerken en immuungemedieerde aanvallen in de amygdala kindled rat. Het is het PhD project van drs. M. Aalbers. Bij deze studie wordt gekeken naar de immuungemedieerde NMDA-fosforylatie (door NVS) en naar de rol van het immuunsysteem in relatie tot refractaire aanvallen.
Status
Dit project zal in 2010 worden opgestart.
Medewerkers
Kempenhaeghe: drs. I. Pauw-Gommans (PhD), dr. H.J.M. Majoie (coördinatie), prof. dr. A.P. Aldenkamp, dr. P. Verschuure en A.J. Broekman
Universiteit Maastricht: prof. dr. M. de Baets
1. Bij welke groep epilepsiepatiënten moet er gedacht worden aan auto-immuungenese?
2. Bij positieve anti-lichamen: welke behandeling?
Toelichting
Auto-immuun limbische encephalitis kan een paraneoplastisch of een niet-paraneoplastische oorzaak hebben. Niet-paraneoplastische encephalitis kan een rol spelen bij refractaire epilepsie. Patiënten presenteren zich vaak met cognitieve of psychiatrische symptomen. Bij patiënten met anti-lichamen tegen GAD wordt Diabetes Mellitus type 1 gezien. Anti-epileptica hebben nagenoeg geen effect. Patiënten reageren wel positief op immuuntherapie. Het klinische beeld van patiënten met refractaire epilepsie waarbij anti-lichamen een rol spelen is onduidelijk. Kennis hierover is noodzakelijk omdat immuuntherapie spectaculaire verbetering teweeg kan brengen.
Nb. Deze studie wordt gekoppeld aan een pre-klinische studie: Neuronale netwerken en immuungemedieerde aanvallen in de amygdala kindled rat. Het is het PhD project van drs. M. Aalbers. Bij deze studie wordt gekeken naar de immuungemedieerde NMDA-fosforylatie (door NVS) en naar de rol van het immuunsysteem in relatie tot refractaire aanvallen.
Status
Dit project zal in 2010 worden opgestart.
Medewerkers
Kempenhaeghe: drs. I. Pauw-Gommans (PhD), dr. H.J.M. Majoie (coördinatie), prof. dr. A.P. Aldenkamp, dr. P. Verschuure en A.J. Broekman
Universiteit Maastricht: prof. dr. M. de Baets
NVS in de amygdala kindled rat
Lees meer...
NVS in de amygdala kindled rat
Vraagstelling:
Doel van de huidige studie is meer inzicht te krijgen in het ontstaan van epilepsie enerzijds en in het werkingsmechanisme van NVS anderzijds. Om deze doelen te bereiken wordt NVS toegepast op de amygdala kindled (AK) rat, een diermodel voor temporaalkwabepilepsie (TLE).
Verwacht wordt dat:
- Epilepsie niet geassocieerd is met chronisch verhoogde IL-1 productie maar wel met secundaire effecten vanacute IL-1 activatie zoals beïnvloeding van het signaal molecuul ceramide
- Epileptogeniciteit geassocieerd is met SNPs in genen die een rol spelen bij de calcium-homeostase
- NVS een anti-convulsief effect heeft in dit epilepsiemodel
- NVS leidt tot neuronale activatie in primaire projectiekernen van de nervus vagus in de hersenstam.
Toelichting
Neuromodulatie door middel van nervus vagusstimulatie (NVS) is een geaccepteerde behandeling voor epilepsie. De pathofysiologie van epilepsie en het werkingsmechanisme van NVS zijn niet bekend. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de calciumhuishouding een cruciale rol speelt in het ontstaan van epilepsie. Tevens is herhaaldelijk aangetoond dat epileptische aanvallen gepaard gaan met acuut verhoogde cerebrale interleukine 1 (IL-1) activiteit. Het is echter niet duidelijk of IL-1 ook chronisch verhoogd tot expressie komt, wat de lange-termijn effecten zijn van verhoogde cerebrale IL-1 expressie bij epilepsie en of IL-1 bijdraagt aan de epileptogenese zelf. Uit eerder onderzoek is ook gebleken dat chemische stimulatie van de nervus vagus de productie van IL-1 door macrofagen remt. Het is nog niet eerder onderzocht of deze remming ook optreedt na elektrische stimulatie middels NVS, en of deze remming ook in cerebro plaatsvindt.
Status
Deze studie wordt medio 2010 afgerond. De studie heeft geleid tot (1) de ontwikkeling van een gevalideerd diermodel voor chronische epilepsie en (2) aanknopingspunten voor één van de werkingsmechanisme van NVS maar nog belangrijker: aanwijzingen voor effectieve targets voor diepe hersenstimulatie.
Medewerkers
Kempenhaeghe: dr. H.J.M. Majoie (coördinatie)
Academisch ziekenhuis Maastricht: drs. K. Rijkers, prof. dr J. Vles, dr. M.W. Berfelo en ir. A.G.H. Kessels
Universiteit Maastricht: prof. dr. H.W.M. Steinbusch, dr. G. Hoogland, drs. M Aalbers en prof. dr. M. de Baets
Doel van de huidige studie is meer inzicht te krijgen in het ontstaan van epilepsie enerzijds en in het werkingsmechanisme van NVS anderzijds. Om deze doelen te bereiken wordt NVS toegepast op de amygdala kindled (AK) rat, een diermodel voor temporaalkwabepilepsie (TLE).
Verwacht wordt dat:
- Epilepsie niet geassocieerd is met chronisch verhoogde IL-1 productie maar wel met secundaire effecten vanacute IL-1 activatie zoals beïnvloeding van het signaal molecuul ceramide
- Epileptogeniciteit geassocieerd is met SNPs in genen die een rol spelen bij de calcium-homeostase
- NVS een anti-convulsief effect heeft in dit epilepsiemodel
- NVS leidt tot neuronale activatie in primaire projectiekernen van de nervus vagus in de hersenstam.
Toelichting
Neuromodulatie door middel van nervus vagusstimulatie (NVS) is een geaccepteerde behandeling voor epilepsie. De pathofysiologie van epilepsie en het werkingsmechanisme van NVS zijn niet bekend. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de calciumhuishouding een cruciale rol speelt in het ontstaan van epilepsie. Tevens is herhaaldelijk aangetoond dat epileptische aanvallen gepaard gaan met acuut verhoogde cerebrale interleukine 1 (IL-1) activiteit. Het is echter niet duidelijk of IL-1 ook chronisch verhoogd tot expressie komt, wat de lange-termijn effecten zijn van verhoogde cerebrale IL-1 expressie bij epilepsie en of IL-1 bijdraagt aan de epileptogenese zelf. Uit eerder onderzoek is ook gebleken dat chemische stimulatie van de nervus vagus de productie van IL-1 door macrofagen remt. Het is nog niet eerder onderzocht of deze remming ook optreedt na elektrische stimulatie middels NVS, en of deze remming ook in cerebro plaatsvindt.
Status
Deze studie wordt medio 2010 afgerond. De studie heeft geleid tot (1) de ontwikkeling van een gevalideerd diermodel voor chronische epilepsie en (2) aanknopingspunten voor één van de werkingsmechanisme van NVS maar nog belangrijker: aanwijzingen voor effectieve targets voor diepe hersenstimulatie.
Medewerkers
Kempenhaeghe: dr. H.J.M. Majoie (coördinatie)
Academisch ziekenhuis Maastricht: drs. K. Rijkers, prof. dr J. Vles, dr. M.W. Berfelo en ir. A.G.H. Kessels
Universiteit Maastricht: prof. dr. H.W.M. Steinbusch, dr. G. Hoogland, drs. M Aalbers en prof. dr. M. de Baets
